* Motto: Burgerlijk worden kan later nog wel.
* In vijf woorden: Nieuwsgierig, reislustig, eigenwijs, buitenbeentjes, bierdopjesverzamelaars.
Bezoek ook eens de website van Andrea en Jeroen
Neem ook eens een kijkje op de Facebookpagina van Andrea en Jeroen
Of volg Andrea & Jeroen op Twitter!
Bij velen is Koninginnedag waarschijnlijk alweer ver weggezakt. Die van dit jaar zal ik echter nooit van mijn leven meer vergeten.
In de Arabische wereld is het elke keer weer een gedoe om aan alcohol komen. Het is maar moeilijk te krijgen en vaak superduur. Terwijl ik dit schrijf, voel ik me onderhand een halve alcoholist.
Wisten jullie dat niet? Dat je door het Amerikaanse embargo in heel Soedan geen geld kunt pinnen?
Hoewel het advies luidt dat je bij grensovergangen moet blijven glimlachen, slaag ik daar vaak in Egypte maar moeilijk in. Daar lukt het de beambten telkens weer om mijn bloed te laten koken.
Overal in Egypte is ’t hetzelfde liedje. Auto’s zijn mannendingen. Dus een vrouw die een man aanwijzingen geeft bij het inparkeren. Neeeeee… Dat is echt helemaal ‘not done’.
Na negen maanden rondreizen begint de plak op onze tandjes zich onderhand redelijk op te hopen. En omdat we niet met bruine afschrikwekkend gebitjes willen terugkomen, besluiten we dat het maar eens tijd wordt voor de tandarts. Maar hoe vind je een goeie in Cairo?
Kon men ten tijde van Khadaffi er nog de cel voor indraaien, inmiddels lijkt graffiti in Libië wel volkssport numero uno.
Sorry, maar mijn vriend wil je niet meer helpen met vertalen, omdat hij op je facebookpagina heeft gelezen dat je een artikel wilt schrijven over homorechten in Libië.
‘Steek nooit en te nimmer vier vingers in de lucht, want dan vermoorden ze je.’
Met bewondering kijk ik naar de man die zo een tweelingbroer van Osama bin Laden had kunnen zijn. In zijn hand bungelt een doorzichtig zakje vol Libische bankbiljetten.
Zelden voelde ik me zo ongemakkelijk als afgelopen week. Voor het eerst bezocht ik als journalist een begrafenis. En hoe treurig kijk je dan?
Verbijsterd kijk ik naar m’n laptopscherm. Dansten er net nog honderden woorden. Opeens is het helemaal zwart. Geïrriteerd druk ik herhaaldelijk op de aan-knop, check het snoer en probeer een ander stopcontact. Maar het apparaat geeft geen kick. Overleden. En laat ik nou net in Cairo zitten.
Daar sta ik dan, ingeklemd tussen tienduizenden Egyptenaren op het Tahrirplein. En hoe later het wordt, hoe moeilijker de mannen hun handjes weten thuis te houden…
‘Welkom bij de perfecte plek om de helft van je geld te spenderen.’ Breed glimlachend wijst de Egyptenaar naar zijn schappen vol gammele waterpijpen, glimmende mummiebeeldjes en andere prullaria. ‘Maar de helft?’, schateren we over onze schouder.
Eindeloze goudgele steile zandbergen waar kamelen doorheen sjokken. En verder helemaal niets. Dat is wat ik me bij een woestijn voorstelde.
‘Willen jullie echt met deze auto Jericho in? Onderzoekend wandelen de Palestijnse militairen rond de Landrover en gluren nieuwsgierig door de zijraampjes naar binnen. Mogelijk zien ze jullie voor Israëlische militairen aan. Dat kan gevaarlijk zijn.
Waarschijnlijk hangt kerst jullie zo onderhand de keel uit. Of lijkt het na een heftig Oud en Nieuw alweer maanden geleden. Toch wil ik er in dit blog nog iets over kwijt. Rond kerst in Israël zijn, vond ik namelijk een aparte ervaring.
Een leven zonder internet. In Nederland zullen de meesten het zich nog nauwelijks kunnen voorstellen.
Mijn hart klopt in mijn keel als ik tussen de woestijnduinen de witblauwe vlaggen met Davidssterren zie opdoemen. Snel verstop ik onze viezige paspoorten, net van de Jordaanse douanebeambte teruggekregen.
Des te langer ik in Jordanië ben, des te meer vraag ik me af wat de Jordaanse koning er van vindt dat werkelijk overal in het gehele land foto’s van hem opduiken in de meest uiteenlopende outfits.