Winnaar van de Webstrijd 2010!
* Trefwoorden: onbevangen, sociaal, humor, enthousiast, verbazing
* Schrijft over: alles waarover ik mij verbaas, of waarvan ik een glimlach op mijn gezicht krijg.
© Foto: Arnold Smulders
Na het feliciteren van de kersverse vader liep ik de huiskamer binnen. Daar zat de moeder van de baby, omringd met visite en aan haar borst hing haar zoon.
De man van de juf kocht een nieuwe boot en we moesten het telkens horen. Op Hyves kwamen berichten voorbij, de juffrouw verscheen ineens in C&A bootjeskleding op school
Ik had bijna Michael geheten, maar toen kreeg de buurvrouw een zoon en die noemden ze Michael. Dus moest er een andere naam komen. Dat werd de naam: Werner.
Elk jaar wil ik er bij zijn: roze maandag tijdens de kermis in Tilburg. Op diverse plekken in de stad is het feest. Op het Pieter Vreedeplein staat DJ Isis te draaien. Wat een moordwijf is dat zeg. Wauw!
Ineens was het voorbij: de legging hype van de jaren tachtig, je weet wel, die tijd waarin er nog auto’s rondreden met gele koplampen. De legging verdween in de kast en ik was opgelucht.
Drie kwartier na middernacht. Het is nu echt tijd om naar bed te gaan. De wekker kun je wegdrukken, maar kinderen niet, die zijn morgenvroeg gewoon op tijd wakker.
Bij het woord Scouting zal bij een deel van jullie het nekhaar rechtop gaan staan vermoed ik. Hopmannen, akela’s, uniformen en uitputtende boswandelingen: een aantal woorden uit de wereld van de Scouts klinken gewoon naar.
Bij het ontwaken ben ik er nog van overtuigd dat het een gewone vrije dag gaat worden. Ik sla de wekkerradio totdat het stil is en sluit mijn ogen voor het zonlicht dat tussen de gordijnen door schijnt.
Zaterdagavond laat: Balkenende praat met Jack van Gelder en denkt: als Wesley gek kan doen bij Van Gelder, dan kan ik dat beter.
Meisjes dragen rokjes. Jongens dragen broeken. Meisjes zijn blote benen gewend. Jongens niet. Als in de zomer mijn korte broekje uit de kast werd getrokken, had ik blotenbenenvrees.
Die stang, wat doet dat ding daar? Wij mannen fietsen met zo’n stang. Dat ding maakt de constructie van de mannenfiets heel wat steviger dan dat een vrouwenfiets is, maar wat zou de reden kunnen zijn dat wij vrouwen laten rijden op een constructie die gevaarlijker is?
In mijn foto-album staat een foto waarop ik samen met mijn vader speel in de straal van een tuinsproeier. Naar die foto kijken zonder een glimlach op mijn gezicht, dat lukt me niet, want de pret spettert er vanaf.
‘Laten we vanavond barbecueën,’ zei ik. In gedachten zag ik mijzelf al zitten in de zon: biertje in de hand; spies met vlees tussen mijn tanden. Lekker ontspannen.
We zitten bij de buren en ik zet mijn eerste fles bier aan mijn lippen, als mijn telefoon van zich laat horen. Weer zo’n onzinnig bericht van mijn provider, denk ik, ik heb er die dag al één gehad. Het display licht op: ‘AED Alert’.
‘Niet dat Hesperia shirt,’ zeg ik aangedaan als ik zie dat Charlot het draagt. Ze gaat verven. ‘Ik wil geen verfvlekken op dat shirt.’
Ik heb een telefoon die kan bellen, veel meer kan dat ding niet. Dat komt omdat ik voorheen een mobiel had die ook dacht dat hij een MP3 speler was. Dat apparaat had een identiteitsprobleem
Met kippenvel van vervoering stond ik te joelen als een macho toen de straalmotor van de F-16 ontvlamde.
Na een week van teleurstellingen waarvan zelfs Emile Ratelband depressief zou worden, verdien ik een feestje. Gelukkig is het vandaag Vaderdag. Kom maar op met de cadeaus!
Dan sta je daar tegenover een muur van twintig meter hoog waar allemaal uitpuilende kunststof grepen op zijn aangebracht. Rondom mij staan collega’s, want we zijn op teamuitje, een soort van schoolreisje, maar dan voor volwassenen.
Er drijven wat wolken voorbij, vrolijk oplichtende blaadjes wuiven naar me en ik kijk naar een computerscherm. Heel Nederland zit naar een grasveld van groengekleurde pixels te staren en ik zit op kantoor.
In de wachtkamer van het ziekenhuis zaten wij tegenover elkaar. Charlot gooide twee pillen paracetamol op haar tong en slikte ze door met water.
Het is vier uur als ik op ’t Spui in Amsterdam omhoog kijk naar de onstuimige lucht. In mijn hoofd declameer ik: Elvan, Nynke, Robin; Elvan, Nynke, Robin. Je zou toch oog in oog staan met één van die dames en van pure zenuwen hun naam vergeten.