Het jaar voordat ik doodga deel #4: ‘Het is een truc, dacht ik. Want ik was toch aan het doodgaan?’

zelfdoding

In een vijfdelige serie beschrijft journalist Lydia van der Weide het verhaal van Inge. Zij worstelt met een onmogelijke tweestrijd: leven of dood? Vandaag deel vier.

Als kind dacht Inge (43) al elke avond: als ik niet meer wakker word, dan is dat ook goed. Vorig jaar besloot ze een einde aan haar 
leven te maken. Dat mislukte. Daarom gaf ze zichzelf nog één jaar. 
Om nog één keer te kijken of alles beter zou kunnen worden.

“Weg was ik, zoals ik zo graag wilde. Met het drinken van de yoghurt met het dodelijke middel was ik ervan overtuigd dat mijn leven voorbij was. Nou, niet dus. Wat nooit gebeurt – één keer in dertig jaar, of zo – overkwam mij wel.
Toen de politie mijn brief had ontvangen waarin stond wat ik had gedaan, rukten ze direct uit. Ik had al uren dood moeten zijn, maar zweefde nog op het randje. Toen ze me vonden, 
schoven ze mijn verzoek tot niet-reanimeren en mijn behandelverbod – wat toch prominent in het zicht lag – opzij. Er is een ambulance gebeld. Ondanks mijn duidelijke instructies hebben ze alles gedaan om me te redden. Omdat ik een smalle opgang heb, konden ze me niet mijn huis uit krijgen. Met behulp van de brandweer ben ik er via de achterkant uitgehaald, over het balkon. Daarna ben ik naar het ziekenhuis gebracht.

Ondertussen werd mijn familie gebeld. Toen zij alles hoorden en mijn duidelijke afscheidsbrief lazen, hebben ze er direct voor geknokt om mijn ultieme wens uit te laten komen. Toen de arts in het ziekenhuis hen telefonisch vertelde dat hij me probeerde te redden, zeiden ze: ‘Dat mag niet, dat wil ze niet. Wij komen er nu aan met het behandelverbod.’ Twintig minuten later overhandigden ze het aan de arts. ‘O, dan hebben we een probleem,’ zei hij. ‘Ik heb haar toch maar alvast aan de beademing gelegd.’”

De coma-truc

“Er is een week strijd geweest. Tussen artsen die voor mijn leven wilden vechten en mijn familie die mijn brief had gelezen en op hoge poten knokte voor mijn dood. Maar de artsen wilden hun vingers er niet aan branden. ‘Misschien hebben jullie haar wel gedwongen,’ protesteerden ze. Misschien dachten ze dat ik een grote erfenis had na te laten, zoiets. Inderdaad, het leek wel een soap. Maar de situatie was dan ook complex. Onze wereld is erop ingesteld om mensenlevens te redden. Dat de machine vastloopt als de situatie om iets anders vraagt, is niet zo gek. En wat als ze me van de beademing hadden afgehaald en ik in coma zou blijven? Zou er dan palliatieve sedatie moeten worden toegepast?

Ik neem niemand iets kwalijk. Dat heeft ook geen zin, het ging zoals het ging. Maar is het vreemd dat mijn familie zich inzette voor mijn dood? Ik vind het juist hartverwarmend. Een teken van liefde en van respect. Ze dachten aan míj, niet aan zichzelf. Ondanks dat het een grote schok voor ze was en dat ze veel 
verdriet hadden om wat ze nooit geweten hadden. En ik lag daar maar. Gevangen in rare, heftige, benauwende dromen. Ik ben wel vijftig keer op verschillende manieren 
gestorven. Heel soms kreeg ik iets mee en ving ik op dat ik op de intensive care lag. Het is een truc, dacht ik dan. Het kan niet, want ik ben aan het doodgaan.”

‘We zijn er voor je’

“Het heeft een week geduurd. Een week waarin mijn verwanten de familiekamer bezetten, daar huilden, lachten en heisa maakten. Een week waarin niet duidelijk was wat er zou gebeuren. Langzaam kroop ik uit de diepte omhoog. Ik werd steeds onrustiger. Ik droomde dat het gebitsplaatje dat ik onder in mijn mond draag, in mijn keel was gezakt. Steeds had ik het gevoel dat ik bijna stikte. Mijn familie zag dat ik veel last had van de beademingsslang. Mijn lievelingsnichtje Monique legde mijn hand tussen haar handen. Ze zei: ‘Inge, als je wilt dat de buis uit je keel wordt gehaald, moet je wakker worden.’ Ik sloeg mijn ogen open.

Ik zag een ziekenhuiskamer, mijn familie rondom mijn bed. Dat mijn zelfdoding kennelijk mislukt was, daar dacht ik op dat moment niet aan. Ik wilde alleen die vreselijke slang uit mijn keel. Er kwam een psychiater bij me. Ze moest zeker weten dat ik dit zelf had gedaan en de gevaren van het ontkoppelen – ademnood krijgen, buiten bewustzijn raken, sterven – voor lief wilde nemen. Praten kon ik niet, briefjes krabbelen wel. Zo communiceerden we en uiteindelijk kwam het verlossende ja. Omdat het nacht was, moest ik nog wel ‘even’ tot de volgende morgen wachten. Het werd de langste nacht van mijn leven. Ik kreeg een slaapmiddel toegediend, maar dat werkte niet. Ik herinner me dat ik dacht: dat komt zeker ook uit het buitenland, net als dat dodelijke middel dat zijn werk niet heeft gedaan.

De volgende dag werd ik ontkoppeld. Ik ademde normaal. Ik kon praten – nog schor en haperend, maar het ging. Op dat 
moment was ik alleen maar blij. Ik was blij dat ik van die 
vreselijke slang af was. Ik was blij dat mijn familie bij me was, blij dat zij blij waren om mij te zien, blij om te horen hoe ze voor me gevochten hadden – voor mijn dood hadden gevochten. Blij dat ze me niets kwalijk namen, me niet laf noemden en 
dat ze zeiden dat ze altijd, wat er ook zou gebeuren, achter me zouden staan.”

Gevaar voor mezelf

“Maar ik was niet blij omdat ik nog leefde. Dat gegeven drong nog steeds amper door. Het was zo’n surrealistische situatie. 
Er kwam een psychiater aan mijn bed om te praten over wat 
we nu zouden doen. Ik liet hem mijn afscheidsbrief lezen. De 
co-assistent die er ook bij stond, vroeg: ‘Waarom heb je niet 
gewoon om euthanasie gevraagd?’ Mijn mond viel open. Ben jij wel van deze wereld? dacht ik. 
‘Je hebt twee keuzes,’ zei de psychiater tegen me. ‘Je komt nu naar de PAAZ (Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis, red.) 
en dan gaan we kijken of er wat aan te doen is. We gaan allemaal nog een keer héél erg ons best doen, oké? Samen, wij met jou.’

Wat de andere keuze inhield, benoemde hij niet. Ik wist dat die er niet was. Ze zouden me niet zomaar laten gaan, een opname was onontkoombaar. Ik was immers een gevaar voor mezelf, daar kon niemand omheen. En had ik überhaupt een alternatief? Moest ik nu weer thuis gaan zitten en dan alsnog voor de trein springen, of zo?
Ik stemde in met de PAAZ. In no time werd ik ernaartoe gebracht. Ik was verward en kon niets, niet eens mezelf omdraaien. Daar lag ik dan. Het altijd brave meisje dat in haar leven nog nooit een scheve schaats had gereden, had dit keer doodleuk illegaal gif in huis gehaald en dat nog ingenomen ook.”

Nog één poging

“Het voelde bizar. Dat ik het overleefd heb en er zonder restschade ben uitgekomen. Het was zo vreemd en onverklaarbaar dat ik dacht: laat ik het leven dan inderdaad nog maar een kans geven. Niet omdat ik geloof ‘dat het zo moest zijn’, ‘dat het een teken was’ of ‘dat mijn tijd nog niet gekomen was’. Daar heb ik allemaal niets mee. Maar ik kan me goed neerleggen bij situaties. Als iets zo is, dan is het zo en probeer ik dat te accepteren. Nu iedereen ervan wist en zich ermee bemoeide, raakte mijn vastbeslotenheid ondergesneeuwd. Een jaar, zei ik tegen mezelf. Een jaar, beloofde ik mijn familie. Een jaar, stelde ik mijn hulpverleners gerust. Ik vond dat ik het verplicht was aan mijn 
familie, die er zo hartverwarmend voor me was – ook al hadden ze meteen gezegd: je moet het niet voor óns doen. Verplicht aan de artsen die me hielpen. En misschien toch ook aan mezelf? 
Ik weet het niet, ik weet het echt niet. Meebewegen met de 
verwachtingen die ik voelde, met de situatie zoals die nu was, was simpelweg de makkelijkste weg. Meebewegen en doorgaan, zoals ik als jong meisje altijd had geleerd. Een jaar dus. Nog 
één poging wagen om toch met het leven te leren dealen.”

Praten?

Inges verhaal kan veel losmaken. Wil je over je gevoelens praten? Bel Sensoor (0900-0767) voor een luisterend oor. Je kunt ook kijken 
op 113.nl, de site van de landelijke stichting 113 Zelfmoordpreventie, of bel ze op 0900-0113 (24/7 bereikbaar).

Deze organisaties begeleiden mensen met een serieuze, langdurige doodswens en verstrekken desgewenst informatie over zorgvuldige, humane zelfdoding:

• Het adviescentrum van de NVVE, nvve.nl
• Stichting De Einder, deeinder.nl
• Stichting LevenseindeCounseling,
levenseindecounseling.com

Hulp bij zelfdoding is strafbaar. Het verstrekken van informatie over hoe het op een humane manier aan te pakken níét.

Lees vrijdag het vijfde deel van Inge’s verhaal op VIVA.nl.

Lees ook: 

Het jaar voordat ik doodga deel #1: ‘Dit gevoel verandert niet, 
wat ik ook doe en welke hulp ik ook zoek’
Het jaar voordat ik doodga deel #2: ‘Ik kan nu zonder geweld uit het leven stappen. Dat geeft rust’
Het jaar voordat ik doodga deel #3: ‘Drie, vier seconden kreeg ik iets van de muziek mee. Toen was ik weg’

Productie Lydia van der Weide m.m.v.  Carolien van Eerde, Coördinator Adviescentrum NVVE