Echte meisjes spelen niet met auto’s. Toch?

genderspeelgoed

Roze serviesjes, glitterjurken en prinsessenbarbies versus raceauto’s, blauwe timmersets en actiefiguren. Als je een willekeurige speelgoedfolder doorbladert is het verschil tussen meisjes- en jongensspeelgoed overduidelijk. Want meisjes houden van roze en magisch, jongens van krachtig en stoer. Of niet?

Tekst Fiona van Kessel | Illustratie Denise van Leeuwen

Toen Bart Smit een aantal jaar geleden in de folder alleen meisjes bij de speelgoedstofzuigertjes en -strijkijzertjes had afgebeeld en ook nog eens ‘Zo goed zijn als mama, dat wil je ook!’ erbij had gezet, kreeg de speelgoedketen een hoos van kritiek over zich heen. Het Vrouwen Overleg Komitee (VOK) noemde de folder zelfs seksistisch. Bart Smit zou te veel in hokjes denken. Ook ouders waren boos, omdat ze vonden dat de folder een stereotiep beeld schetste van de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. De discussie over gendertyperend speelgoed laaide op.

Poppen of auto’s?

Lief natuurlijk, dat ouders het opnemen voor hun kinderen, maar zitten die er eigenlijk wel op te wachten? Spelen jongens niet gewoon liever met auto’s en meisjes met poppen? Arts en neuroloog Dick Swaab denkt van wel. In zijn boek ‘Wij zijn ons brein’ schrijft Swaab dat onze genderidentiteit wordt vastgelegd in de baarmoeder en dat de voorkeur voor speelgoed dus vastligt vanaf de geboorte. Het kinderbrein zou zijn voorgeprogrammeerd op de keuze tussen poppen of auto’s. Of zoals hij het een paar jaar geleden aan tafel bij ‘Pauw & Witteman’ verwoordde: “De speelgoedvoorkeur komt niet door de invloed van ‘de boze maatschappij’. Die ligt genetisch vast en is gedurende tientallen miljoenen jaren geëvolueerd.” Zijn conclusie: laat je kind zelf kiezen waarmee het wil spelen, en probeer dat vooral niet te veranderen of sturen.

Roze is voor meisjes

Maar juist die keuze lijkt problemen te veroorzaken. Wanneer je als jongen gek bent op vadertje-en-moedertje spelen, maar er alleen roze keukentjes te koop zijn, schrikt dat toch af. Roze is tenslotte een meisjeskleur, en daar speel je als jongen niet mee, straks word je uitgelachen. Wat Lindsay (26), moeder van Kyle (1,5), betreft zou het contrast tussen jongens- en meisjesspeelgoed een stuk minder heftig mogen. Ik zocht voor mijn zoontje laatst een theeservies en kwam een heel leuke zingende theepot tegen. Maar ja, het ding was alleen te koop in het knalroze. Toen werd het toch een ander servies. Ik wil mijn kind graag zelf laten kiezen waarmee het speelt, maar als je speelgoed een bepaalde kleur geeft of op een bepaalde manier afbeeldt in een folder, werkt dat beperkend. Je duwt kinderen al jong in rolpatronen. Zo werk je juist ‘nee dat wil ik niet, dat is voor meisjes/jongens’ in de hand.

Is je zoontje communicatief niet sterk? Met barbies spelen kan helpen

De winkel bepaalt

Els Rommes, universitair docent Interdisciplinary gender and diversity studies en pedagogiek, is het daarmee eens. “Er blijft weinig ruimte over voor kinderen die eigenlijk iets anders willen. Alleen het commerciële belang lijkt te tellen. Je kunt nou eenmaal meer verkopen als je voor jongens en meisjes apart speelgoed maakt. Bovendien hebben adverteerders belang bij een duidelijke doelgroep.” Gelukkig ben je er zelf ook nog en kun je gewoon een My Little Pony kopen voor je zoontje als hij die graag wil hebben. Toch doorbreek je het patroon niet alleen met je manier van opvoeden. Want ook via de media, op school en van vriendjes leren jongens en meisjes hoe ze zich ‘horen’ te gedragen, benadrukt Rommes. “Zelfs de crèchejuf die zo genderneutraal mogelijk probeert te doen, zal sneller tegen een meisje met een jurkje zeggen dat ze er mooi uitziet en tegen een jongen dat hij zo’n stoer shirt aanheeft. Het zit in kleine dingen. Ook bij speelgoed: wie wordt er op de verpakking afgebeeld? Waar in de winkel staat het? Welke kleur en welke woorden worden er gebruikt? In de winkel wordt al voor kinderen bepaald of ze er überhaupt in geïnteresseerd zijn.”

Nature of nurture?

Nog een nadeel van genderstereotyperend speelgoed aanbieden: je loopt het risico bepaald gedrag niet voldoende te stimuleren of zelfs af te keuren. Juist door je kind te laten spelen met verschillend speelgoed, draag je bij aan de vorming van de hersenen en de voorkeuren en vaardigheden van je kind. Puzzels en blokjes doen bijvoorbeeld een hoop voor het ruimtelijk inzicht. Met poppen spelen stimuleert juist weer de ontwikkeling op het relationele en communicatieve vlak. Het blijft natuurlijk een combinatie van nature en nurture – aanleg voor een vaardigheid speelt ook mee – maar toch is het niet slim om je communicatief niet zo sterke zoontje altijd maar met LEGO te laten bouwen en niet te prijzen als hij met barbies wil spelen.

Mannengedrag

Niet alleen kinderen hebben een voorkeur, ook ouders. Rommes: “We zijn snel geneigd genderpassend speelgoed te kiezen. Veel vaders vinden het zelfs vervelend als hun zoon met een barbie speelt.” Inderdaad, een jongen die met barbies speelt, vinden we vaak gek, maar een meisje dat met pistooltjes rondloopt, kan best. Volgens Rommes ligt de oorzaak daarvan wat dieper. “Op het moment dat je tweedeling maakt, is er altijd één groep meer waard dan de andere. Die eigenschap hebben mensen nou eenmaal. Het is voor de onderliggende groep wenselijker om het gedrag over te nemen van de bovenliggende, gezaghebbende groep. Andersom zal de bovenste groep zelden gedrag overnemen, want dat betekent verlies van status. In onze samenleving zijn mannen de bovenliggende groep. Je ziet daarom sneller dat vrouwen zaken van mannen overnemen dan andersom. Kinderen hebben dat snel door. Zelfs een kinderen van twee is hier al onbewust mee bezig.”

Variatie a.u.b.

Toch heeft alle heisa over de folder van Bart Smit ook ergens toe geleid; steeds meer speelgoedfabrikanten brengen ‘genderneutraal’ speelgoed, of speelgoed dat de genderstereotypen tegengaat, op de markt. Mooie initiatieven, vindt Rommes, maar het is nog lang niet genoeg. “Tegenover die ene bebaarde huisvader van LEGO staat nog steeds een complete LEGO Friends-lijn met roze blokjes, waarmee je shoppingmalls kunt bouwen. Meer variatie in speelgoed zou een groot verschil maken, dus laten we niet overal meteen een roze of blauw etiket opplakken.”