Radio-dj Frank van der Lende: ‘Ik draag 
nagellak, 
dus zit in het homohokje’

frank van der lende

Blower. Activist. Rocker. Radio-dj Frank van der Lende (27) is wars van dat soort hokjes en doorbreekt dat het liefst allemaal. Op 3FM maakte hij genderneutraliteit bespreekbaar door de Androgyn Top 10 te lanceren. ‘Ik hoop dat mensen beseffen dat
het geen aandachttrekkerij is.’

Interview Milou van der Will | Beeld Natasja Noordervliet

De radio-dj met het karakteristieke lange haar (“net gewassen, mét een beetje crèmespoeling”) drinkt een kopje koffie op de Amsterdamse Nieuwmarkt. “Zie je dat?” zegt hij met een lach. “Iedereen zit hier gewoon aan het bier. Het is fucking elf uur ’s ochtends…” Een grappige uitspraak voor Frank van der Lende, die erom bekend staat ook wel te houden van een ‘lekker potje bier’. Maar al ziet hij er misschien uit als een wildebras: zo’n ruige rocker 
is hij eigenlijk niet. Nee, híj is vaak degene die tegen zijn vriendin zegt: “Ik ga slapen, morgen weer een dag.” En sinds hij ruim een jaar geleden de middagshow op 3FM overnam van het populaire duo Coen & Sander, is hij ‘vier jaar ouder geworden’. Volgens hem heeft dat met verantwoordelijkheid te maken. “Ik acteer op het hoogste podium en wil elke dag mijn beste show maken.”

Lukt dat?

“Steeds beter, maar in het begin was het zoeken. Naar de toon, naar de onderwerpen. Ik moest leren om meer mezelf te zijn. Ik vond
bijvoorbeeld dat ik moest oppassen met vloekwoordjes als ‘fuck’ en ‘kut’. Maar na een tijdje dacht ik: hou op, zo vaak vloek je niet en wat geeft het als er een keertje een ‘fuck’ uitfloept?”

In de nachtprogrammering kon je nog lekker freaken. Sexfeestjes, bloedkoken: mis je de gekkigheid?

“Ja, dan belde ik Jacqueline, mijn lievelingshoer. Of ik stookte mijn eigen drank. Ik deed alles wat in me opkwam en dat mis ik soms. Maar na een jaar was ik daar helemaal klaar mee. Er zit meer uitdaging in wat ik nu doe. Het enige wat ik écht mis, is de band met de luisteraars die je in de nacht hebt. Het is een beetje wij tegen de rest van de wereld: de suffe mensen die overdag 
werken. Nu zit ik er gewoon braaf tussen vier 
en zes in de middag en is het een kunst om die intimiteit te creëren. Maar ik word wel weer 
dat maatje hoor, het duurt alleen wat langer.”

Volgens je redacteur Renée zoek je nog steeds graag de randjes op, zoals je deed in de nacht.

“Ik ben een beetje die gast die wel de klas wordt uitgestuurd, maar niet wordt geschorst. Omdat ik ook een kopje koffie drink met de conrector. Laatst sprak ik iemand in de uitzending die een beetje een gekke stem had. Ik dacht: ik benoem het maar, anders draaien we er zo omheen. Het vervelende was dat die vent totaal geen zelfspot had. Achteraf heb ik sorry gezegd, want hij vond het echt niet leuk. Over het algemeen kom ik 
ermee weg, omdat mensen me aardig vinden. Laatst zei iemand: ‘Jij komt zo gauw binnen 
bij mensen.’ Mooi compliment vond ik dat. Ik geloof dat in iedereen een goed verhaal zit en ben daar oprecht in geïnteresseerd. Daarom past dit werk zo goed bij me.”

Als tiener liep je vaak in je uppie met een 
rugzakje door Uithoorn. Was je toen al op zoek naar verhalen?

“Ik wilde zwerver worden, in dozen slapen. 
Ik zocht het avontuur op, ook al was dat veilig 
in Uithoorn. En ja, ik praatte toen al graag met mensen. Je leert van iedereen wat, van prak-
tische tips tot filosofische lessen. Ik hou van 
gesprekken die ergens over gaan.”

Op de radio voer je geregeld gesprekken over genderneutraliteit. Je organiseerde voor het tweede jaar de Androgyn Top 10. Is dat een belangrijk thema voor je?

“Die top-10 is meer ontstaan om het verrassingseffect dan om het thema een warm hart toe te dragen – ook al doe ik dat wel. Ik dacht 
altijd dat het nummer ‘Show me what I’m 
looking for’ van Carolina Liar gezongen werd door een vrouw. Tot ik de clip zag: bleek het 
een band met een mannelijke zanger. Dat soort dingen vind ik grappig, radiotechnisch, het zijn kleine verrassinkjes. En dit jaar sloot het mooi aan bij het thema van mijn eigen boot op de Gay Pride: genderblender.”

Je deinst niet terug voor taboes.

“Het taboe trekt me aan. Ik vind het een uit-
daging om op een jongerenzender als 3FM in aanloop naar de Gay Pride serieuze momenten te creëren. Ik wil verschil maken. Er wordt 
zeker gelachen in mijn show, maar ik ben geen jolige dj zoals mijn voorgangers. Als ik tijdens 
de Olympische Spelen Yuri van Gelder had 
mogen spreken, dan had ik hem niet belachelijk gemaakt, maar écht met hem willen praten. 
Die top-10 is natuurlijk lekker luchtig, maar 
ik heb vooral veel echte, mooie gesprekken 
gevoerd rondom de Gay Pride. Zo sprak ik 
Rens, een jongetje van twaalf dat als Renske was geboren. Hij kon prachtig vertellen over 
hoe het is om een transgender te zijn.”

Waarom wil je die verhalen op de radio laten horen?

“Kijk, mijn leventje beperkt zich veelal tot Amsterdam-Hilversum en wat festivals. Ik zie veel in de stad en voor mij is veel normaal. Maar als je niet uit de Randstad komt, zou je kunnen denken: wat doen die homo’s en lesbo’s toch 
allemaal gek en overdreven op die boten. Als 
zij dan op 3FM een echt verhaal horen, hoop 
ik dat ze beseffen dat het geen aandachttrekkerij is. Dat Rens zich gewoon zo voelt. Aan de positieve reacties zie je dat het wat uithaalt.”

Ben je een soort voorvechter van de vrijheid?

“Sommige luisteraars zien me wel een beetje zo, ja. Vooral op Facebook lees ik dat terug. De mooiste reactie kreeg ik van Sofie, een meisje dat een armbandje voor me maakte. Ze schreef er een kaartje bij waarop stond dat ze het 
supercool vond dat ik het thema genderblender voerde, omdat het echt nodig is in Nederland. Superschattig! Ik draag het al een week.”

Zou je jezelf een activist noemen?

“Nee joh. Ik ga niet op de barricade staan.”

Maar wel op een boot.

“Ja, dat wel. En ik ging ook echt op de box staan, om een statement te maken. Jan Versteegh maakte een grappig, maar ook zinnig liedje 
voor mijn Genderblender-feestje. Daarin zong hij: ‘Ben je eindelijk uit de kast, word je direct 
in een hokje gejast.’ Dat slaat toch de spijker 
op zijn kop? Maar ik vind een activist wel meer iemand die met spandoeken de straat op gaat. 
Ik beperk me niet tot dit onderwerp. Ik zou het liefst alle taboes en hokjes doorbreken.”

In wat voor hokje word jij vaak gejast?

“Ik zit een beetje in het hippie-rockhokje. Ik word door mijn lange haar ook altijd om big vloei gevraagd, waar ik ook ben. Nee, zeg ik 
dan, ik blow niet. Denken ze dat ik een grapje maak. En soms zit ik in het homohokje, omdat ik nagellak draag en me een beetje druk maak om kleren. Ach ja, ik kan er niet kwaad om 
worden.”

Je lijkt sowieso niet gauw kwaad te krijgen.

“Vroeger was ik een allemansvriend. Dat ben ik niet meer, maar ik ben wel gewoon een aardige gast die sorry zegt voor dingen. Ik heb nog nooit gevochten. Misschien ook omdat ik twee meter twee ben en mensen denken: o ja, laat maar effe. Maar als mijn vrienden vroeger gingen vechten in een club, wat maar drie keer gebeurd is, dan ging ik ernaast ‘Vrede op aarde’ zingen. Heel irritant. Af en toe werd er dan een vriend uit het vechtende groepje geslagen. Die tilde ik op, als de grote vriendelijke reus. ‘Gaat ie goed? Ja?’ Oké, hups, daar ging ie weer terug het groepje in.”

Volgens je broer kun je jou alleen kwaad 
krijgen met onrecht.

“Laatst op Lowlands was er een moment waarop dat gebeurde. Ik werd redelijk vanuit het niets uitgescholden door iemand backstage. Hij werd echt onwijs agressief. Het overviel me en toen ik later een gesprek met hem aan probeerde te gaan, kreeg ik alsnog bijna een knal voor mijn hoofd. Zulke dingen maken me wel boos, ook
al is dat onrecht op microniveau. En verder 
ziet mijn redactie me ook weleens van de kwaaie kant, hoor.”

Ja, ben je achter de schermen stiekem zo’n tierende presentator?

“Ik gooi niet met dingen, haha. Maar als ik nat ga door een fout van iemand anders, heb je me wel pissig. Laatst viel ik in bij het programma ‘That’s live’ en ging er iets goed mis. Na de uitzending gooide ik boos mijn koptelefoon tegen het apparaat. Gênant, want bij ‘That’s live’ zit altijd publiek. Natuurlijk hebben we er daarna goed over geluld en alles, maar ik ben kritisch, ook op mijn eigen redactie. Als ik het gevoel 
heb dat ze er niet net als ik honderd procent voor gaan, baal ik. Vuriger krijg je me niet. In het dagelijks leven ben ik mellow, maar tijdens het werk niet. De druk is hoog.”

Wat maakt je onzeker?

“Ik ben altijd in charge. Niet alleen als ik aan het werk ben, maar ook in de liefde, in het 
leven. Ik weet waar ik ben, wat ik wil. Ik twijfel nooit aan de persoon die ik ben, maar soms 
aan wat ik doe. Vooral in het begin had ik daar last van. Het heeft geloof ik met vastigheid te maken. Ik word rustiger als het nieuwe eraf is.”

Je houdt niet van veranderingen.

“Wie heeft je dat verteld?”

Je vriendin. En je broer. En je collega.

“Haha! Een beetje autistisch ben ik wel, ja. Ik moet wennen als de bank ineens anders staat. 
Ik slaap het liefst aan dezelfde kant van het 
bed. Vijf over zes, vlak na de uitzending, rook 
ik altijd een sigaretje – de eerste van de dag. Even daarvoor, om half zes, trek ik een biertje open. Ik word gelukkig van vaste dingen. Doordat ik afwisselend en spannend werk heb en vaak ’s avonds op pad ben, zoek ik structuur.”

Ook in de liefde. Je hebt nu ruim een jaar een relatie met Hanna.

“Ik kende haar al langer en riep vaak gekscherend dat we ooit zouden zoenen. Niet dat ik 
altijd al een oogje op haar had, het was gewoon flirten. Ik hou van flirten. Op de afterparty van een festival gebeurde het eindelijk, dat zoenen. En pas de volgende ochtend, toen we belachelijk vroeg in de trein naar huis zaten omdat zij op een hond zou passen, werden we verliefd. We 
zaten zo lekker te kletsen dat we allebei dachten: hé, die is leuk.”

Hoe ben jij als vriend?

“Voor Hanna ben ik haar eerste echte liefde. Ik zie daar gelijk de romantiek van in. Ik kan haar meenemen in de wereld van de liefde, laten 
zien wat er allemaal is. Ik leef graag in ‘Turks fruit’-scènes. Op de fiets door Amsterdam, mijn meissie op de stang. En dat het leven dan niets anders is dan de film die in mijn hoofd speelt. Ja, ik ben een romanticus, maar goed. Beter dat dan een chagrijnige, negatieve teringlijer, toch? Voorheen ging ik daar in relaties wel een beetje de mist mee in. Het leven is geen film. Door Hanna ben ik realistischer geworden. In vorige relaties checkte ik weleens uit, dan verdween 
ik heel egoïstisch gewoon drie dagen van de 
radar omdat ik er even geen zin in had.”

Waarom is het bij Hanna anders?

“Bij haar kan ik onmogelijk uitchecken. Ze zegt dan: rot op, we hadden afgesproken, je komt 
gewoon. De behoefte om even alleen te zijn is 
er soms nog wel, maar nu geef ik dat netjes aan. Hanna heeft mijn ogen geopend, met haar kan ik alles delen. En ik weet nu dat het niet altijd is zoals in de film, het is niet altijd leuk, waardoor de leuke momenten dierbaarder worden. Door Hanna denk ik er voor het eerst over om met 
een meisje te gaan samenwonen. En dan zegt zij, lekker bot: ‘Joe, over twee jaar.’ Dat snap ik ook wel, ze is pas 23. Ik moet ervoor waken dat ik het weer romantiseer, maar met haar voelt het heel goed. Ik heb haar al twintig keer ten huwelijk gevraagd. Met een knipoog dan.”

En, wat zei ze?

“Dat ik het nooit meer mag vragen, tenzij het echt is.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 45. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «