Fleurs column: Logeren

Wat te doen als het weer slecht is, en het neefje dat je te logeren krijgt elf jaar? Een prangend eerste-wereldvraagstuk als je het mij vraagt, zeker gezien het feit dat ik nooit een jongen van elf ben geweest. Een meisje van vier daarentegen wel, dus mijn nichtje kan ik onder elke weersomstandigheid vermaken met het voeren van de krokodil onder mijn bed of door te zeggen dat de Kameel eigenlijk een ontsnapte boef is die we terug de gevangenis in moet krijgen. In de praktijk blijkt het overigens nog best lastig om van stoelen en boeken een solide Alcatraz voor een doorgewinterde boef als de Kameel te bouwen, maar dat terzijde. In elk geval maak ik zo alle partijen gelukkig, en dat is natuurlijk precies de logeerervaring die ik wil bieden.

Hij was een stripboek en een poster rijker, maar we hadden nog een hele dag te gaan

Die ultieme logeerervaring ging deze keer niet lukken, vreesde ik.
De Kameel, zijn neefje Vic en ik slenterden onder een grauw wolkendek langs het Spaarne, en ik wist het even niet meer. Omdat het te koud was voor het strand, hadden we hem meegenomen naar een stripboekenwinkel. Dat vond hij leuk en hij was nu een stripboek en een poster rijker, maar we hadden nog een hele dag te gaan. Het plan om een bootje te huren, was zojuist in het toepasselijke water gevallen, want de botenverhuurder bleek in geen velden of wegen te bekennen.
Ik ging aan de kade zitten en peinsde wat voor me uit. “Wat nu?” zei ik. “Zullen we naar een museum? Het Teylers? Frans Hals? Die kon echt súpervet schilderen!”
“Ik ben niet echt een museumpersoon,” zei neefje Vic voorzichtig.
Oké, oké, dacht ik, en ik ging snel wat andere opties in mijn hoofd af. Was hij dan een indoorspeeltuinpersoon, kinderboerderijpersoon of schatzoekpersoon? Ja, zes jaar geleden misschien. Een kerkpersoon of hofjeswandelingpersoon dan? Ja, als we hier nog vijftig jaar blijven zitten misschien. Een bioscooppersoon is hij zeker, maar dat is een zwaktebod: die hadden we al afgevinkt met een film vol baarlijke nonsens over een wasbeer die met z’n vrienden de melkweg gaat redden.
“Kijk, de molen!” Er ging mij ineens een helder licht op. Ik wees naar de overkant en begon te ratelen met de typerende hysterie van iemand die het eigenlijk óók niet meer weet. “We gaan naar de molen! Vind je dat leuk, een molen? Ja, molens zijn súperleuk. Kom, sta op, de molen!”

De Kameel en Vic wisselden een blik, maar even later stonden we dan toch inderdaad in de molen, samen met drie nurkse Russen en een fitte vutter die zich voorstelde als ‘gids en molenvriend’.
Een uur lang leerden we alles over fokwieken, dwarsgetuigde wieken en zelfzwichtende wieksystemen, alsmede hoe een molenaar met de stand van de wieken geheime boodschappen kon doorgeven aan het naziverzet. Ikzelf vond het machtig interessant. “Leuk hè, Vic!” joelde ik, toen hij zelfs even zijn eigen meel mocht malen. “Bijzónder hè, die molens!”
“Er heeft er één een tik van de molen gehad, geloof ik,” zei de Kameel.
Vic begon te grinniken.
En zo waren alle partijen gelukkig met de logeerervaring.
Nee, laat dát maar aan mij over.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Hallo
Winaars van de nacht
Antwerpen
God en Elvis
Bedankt, rossige clown
Der club
Henk
Jazz
Weemoed
Schnapps und tabletten
Freelancen
Beautybloggers
Rauw