Lara (36) ‘De foto van de overleden vrouw van mijn man hangt er nog steeds’

Elke week geven we je een kijkje in iemands liefdesleven in VIVA’s rubriek ‘De status’.

Lara (36) voelt zich niet gelijkwaardig in haar relatie.

“Ik heb altijd al aan het Moeder Theresa-complex geleden. Mannen met wie iets mis is, die een beetje sneu zijn, die ik kan helpen: ze oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me uit. Waarschijnlijk omdat mijn vader ook zo’n loser was. En omdat het lekker veilig is, zei mijn psycholoog vorig jaar tegen me. Als ik voor ze kan zorgen, maak ik ze afhankelijk. Dan hoef ik niet bang te zijn dat ze míj in de steek laten. 
Bovendien, met al dat redderen en troosten, blijven er maar weinig momenten over dat ik mijn eigen kwetsbaarheid hoef te 
laten zien.

Na ingewikkelde relaties met een alcoholist en een armlastige man die de pech aan 
zijn kont had hangen, dacht ik dat ik mijn portie wel had gehad. Twee jaar bewust single zijn en therapie zorgden ervoor dat ik veel zelfstandiger werd. Zekerder ook. 
Ik had geen man nodig voor mijn bestaansrecht, voelde ik – dus ik wilde geen afhankelijkheid meer.

Robert leek anders. Een eigen zaak, een mooi huis, een grote vriendengroep, alles goed voor elkaar. Weduwnaar, dat wel, maar hé, zijn vrouw was al drie jaar dood, en hebben we niet allemaal verdriet in de liefde gehad? Hij leek eroverheen, kon er goed en rustig over praten. Dat haar foto nog in zijn woonkamer hing, was voor mij geen probleem. Ik ga nog weleens uit eten met mijn ex, en dat vond Robert ook niet erg. Nee, we leken aan elkaar gewaagd.

Sinds we samenwonen, ben ik daar toch niet zo zeker van. Ik vraag me af of ik niet weer in dezelfde val ben getrapt. Het is 
alsof hij, nu hij weet dat de buit binnen is, zijn masker laat vallen. Hij mist zijn vrouw meer dan ik had ingeschat. Haar foto hangt er nog steeds en haar naam, Noelle, valt vaak. Te vaak. Hij heeft mij zelfs al twee keer zo genoemd. Omdat hij voor het eerst weer van iemand houdt, zegt hij. Toch voelt het niet goed. Ook zijn tranen voelen niet goed. Echt, ik wil ze afvegen, aflikken zelfs, als ik daarna maar weer merk dat het hem om míj gaat, dat onze troostknuffel overgaat in een heftige vrijpartij en we ook weer lachen samen. Dat ik méér ben 
dan een warm lichaam om tegen aan te kruipen.

Ik wil niet elke maand mee naar haar graf. En ik wil ons eerste kind al helemaal niet naar haar noemen. Dat gaat me gewoon 
te ver. Ik snap zijn verdriet, maar het verleden is voorbij, ik wil op nummer één staan. Zelf gezien worden, in plaats van telkens te worden vergeleken.

Verder is hij er wel voor me. Meer dan 
welke andere man voorheen dan ook. Hij steunt me in mijn werk, brainstormt met me, verrast me met bloemen en onverwachte weekendjes weg. Dat is heerlijk, 
die attenties wissen mijn twijfels meestal ogenblikkelijk uit. Tot blijkt dat we in een stad zijn waar hij ooit met Noelle…. Op zo’n moment huilt mijn hart en vraag ik me af: blijven we eeuwig met z’n drieën in onze relatie, of moet ik geduld hebben en is er hoop dat zij op een dag vervaagt?”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 24. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «