Man, vrouw of onbekend? Hoe zit het met genderlabels?

Transseksueel, genderfluïde, he-shes: 
er zijn heel wat meer genderlabels (om precies te zijn zo’n 58) dan 
man/vrouw. En dan zijn er ook nog mensen die helemaal geen label opgeplakt willen krijgen. Een uitleg voor wie 
de weg kwijt is in genderland.

Tekst Tamara Klopper 
Levi Jacobs via new chique agency

“Nog niet zo lang geleden waren er twee mogelijkheden: je was een man of een vrouw,” zegt Sophie Schers, werkzaam bij Transgender Netwerk Nederland (TNN), een organisatie die zich inzet voor de emancipatie van transgender personen. “Werd er bij je geboorte geroepen: ‘Het is een jongen!’, dan ging men er vanuit dat je je daar ook naar gedroeg en je zo kleedde. De verwachting was dat je iemand van de andere sekse als partner zou kiezen.”
Inmiddels zijn er heel veel verschillende woorden om je seksuele oriëntatie of 
gender uit te drukken. In 2014 sloeg The College of Arts and Sciences in Ohio aan het tellen. De uitkomst: 50 varianten. ABC News telde zelfs 58 benamingen (waarvan de meeste op elkaar lijken). “Het wil niet zeggen dat je hiermee een aantal gendertypes kunt vaststellen,” 
legt Schers uit. “Het zijn allerlei woorden die erbij helpen om je voorkeuren en 
gedrag dat ergens tussen het mannelijke en vrouwelijke inzit te formuleren. Maar hoe je dat in de praktijk invult, kan op honderd-en-een manieren.”
Laurens Buijs, socioloog en docent aan de UvA over gender en seksualiteit, licht toe: “Mensen kunnen zich niet helemaal vinden in de termen die er al zijn, dus wordt er weer een nieuwe bedacht.”
Aan de ene kant geeft de grote hoeveelheid aan gender-etiketten een positief signaal, namelijk dat er allerlei invullingen van je genderidentiteit mogelijk zijn. Maar er zijn ook transgender personen die zuchten: laat dat hokje lekker zitten, ik ben ik. Socioloog Buijs: “Wat je van jongeren hoort, is dat zij überhaupt iets tegen labelen hebben, dat ze zeggen: ik wil het eigenlijk onbenoemd laten.” Het nadeel van labels is dat die op je kunnen worden geplakt. Je kunt denken: mensen hebben altijd hokjes nodig. Noem het benoemzucht. Tegelijkertijd is labelen en categoriseren een volstrekt menselijke behoefte. “De dingen uitdrukken in taal is een noodzakelijke manier om de wereld te kunnen begrijpen,” zegt Buijs, “wil je dingen benoemen en er met elkaar over praten, dan heb je labels nodig.”

Genderfluïde

“In Nederland zijn de meest gehoorde transgenderwoorden op het moment transvrouw, transman en genderfluïde,” gaat Laurens Buijs verder. Een transvrouw kan iemand zijn bij wie op de geboorte-akte nog het geslacht mannelijk stond, maar die als vrouw door het leven wil gaan. Genderfluïde duidt op een gender-identiteit die varieert, zoiets als een 
‘vloeibare identiteit’ waarbij je je nu 
eens mannelijker voelt, gedraagt of kleedt, en dan weer eens wat vrouwelijker.
Er is nog een hele rits abstracte termen 
die allemaal bruikbaar zijn voor mensen die zich meer voelen als een combinatie van twee seksen, maar niet per se in een 50/50-combinatie. Gender-non-conform bijvoorbeeld, en he-shes, bi-gender, transgenderist, genderqueer, gender-blenders, pangender. Of wat dacht je van two spirits?

De omschrijving agender (letterlijke betekenis: zonder geslacht) wordt ook wel 
gebruikt door mensen die niet comfortabel zijn met het woord trans, bijvoorbeeld om verwarring te voorkomen. Zo wordt nog weleens gedacht dat transgender 
en transseksueel hetzelfde betekent. Dit klopt niet. Schers: “Transseksuele personen willen hormonaal en operatief het geslacht veranderen van vrouwelijk naar mannelijk of vice versa. Zij zijn een minderheid onder trans personen, maar nog altijd het meest zichtbaar.”

In een blur

Alle genoemde termen voor mensen die zich niet helemaal terugvinden in de man-vrouw-opdeling passen onder de 
parapluterm non-binair. Schers: “Een non-binair persoon voelt zich niet thuis in de twee binaire gendercategorieën van man of vrouw.”

Je genderidentiteit kan ook gaan over een manier van kleden. Crossdressers (‘kruislings gekleed’), travestieten (kleden zich sporadisch of regelmatig in kleding die met de andere sekse wordt geassocieerd), drag queens (mannen die zich op een 
uitbundige manier als vrouw kleden) 
en drag kings (vrouwen die zich duide
lijk als man kleden) noemen zichzelf 
ook wel een transgender persoon. Wat hun seksuele voorkeur is, blijft daarbij 
onbesproken. 
“Wat je nu ziet, is dat grootstedelijke
jongeren het hele onderscheid tussen 
man en vrouw en hetero en homo achter zich laten,” zegt Buijs. “Er is duidelijk 
een nieuwe beweging binnen de LGBT.” 
Bezoek de Amsterdamse club De School, TranScreen (het Amsterdams transgender filmfestival sinds 2011) of Trans Pride en
je komt ze tegen: verschijningen die je 
op verschillende sporen zetten als het 
gaat om sekse. Gender blur wordt dat ook wel genoemd.
De bruisende transgenderscene bloeit vooral in de hoofdstad. “Wie zich buiten de Randstad niet duidelijk vrouwelijk of mannelijk kleedt, heeft vaak met weerstand uit de omgeving te maken,” zegt Schers. In een onderzoek van TNN uit 2015 zegt 54% van de respondenten dat 
ze in het afgelopen jaar te maken hadden met belediging of geweld (bron: onderzoek TNN, 2015). 51% van de Nederlandse bevolking zegt transgender personen te 
accepteren, en 25% wijst mensen af die niet duidelijk man of vrouw zijn (bron: SCP, LHBT Monitor 2016).

Queer: nieuwe overkoepelende term?

Onder vooruitstrevende jongeren in Amsterdam is het inmiddels zo ver dat het je bijna een soort status geeft om je eigen genderidentiteit te bevragen. Een genderneutraal uiterlijk staat zo ongeveer voor het nieuwe vrijheidsgevoel. Buijs: 
“Je zegt ermee: ik ben een modern mens.” Maar wat voor naam geven we die moderne mens nou? De hoeveelheid aan termen roept verwarring op. Kunnen we niet een goede term in het leven roepen die iedereen past? Buijs: “Goede vraag, want voor veel mensen is het door al die verschillende termen moeilijk te volgen. Dat is jammer want genderdiversiteit is zo’n goed en interessant onderwerp.”

“Eerst werd de afkorting LGBT (lesbian, gay, bisexual, transgender persons) steeds langer,” zegt Buijs. “Je komt nu LGBTQIA tegen.” De Q is van queer of questioning; alles wat buiten de heteronorm valt. De I staat voor intersekse condition, wat duidt op een lichaam dat zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken vertoont. En de 
A is voor aseksualiteit, afwezigheid van seksueel verlangen. “Wat je nu ziet, is dat de Amerikanen dat LGBTQIA loslaten,” zegt Buijs, “ze praten alleen nog over queer. Dat lijkt mij de meeste kans maken om de nieuwe overkoepelende term te worden. Iedereen die te maken heeft met de variatie op het gebied van gender en seksualiteit valt eronder: homo, lesbo, bi, trans en crossdresser. Het is een grappig woord met die q, en het klinkt vrolijk.”

Neutraal terrein

Het goede is dat de queer mens steeds meer wordt erkend. Genderneutrale 
toiletten waren er al op universiteiten 
in Amsterdam en Leiden. We gaan ze 
ook tegenkomen in het stadhuis van Utrecht en in muziekgebouw Tivoli 
Vredenburg, net als in musea, scholen 
en bij en sportverenigingen. Loop genderfree modewinkel NHTK (afkorting voor Nobody Has To Know) binnen in Amsterdam, en je ziet in een oogopslag hoe 
genderneutrale jasjes en rokken eruit kunnen zien. De eerste winkel opende in 2014, ondertussen vind je een tweede zaak op de Keizersgracht.

Genderfree kapsalons poppen op in 
Engeland, Amerika en Australië en wie weet binnenkort ook bij ons. Want waarom kost een damescoupe meer dan een 
mannenkapsel? Zowel een vrouwen- 
als een mannenkapsel kan ingewikkelde laagjes hebben, maar het kan ook gaan om slechts het bijpunten van lang haar.
En ook vreemd: tig vrouwen dragen simpele witte overhemden en zo veel mannen hebben shirts met leren kragen. Dus waarom is het stomen van een vrouwenbloes duurder dan dat van een mannenoverhemd? Denk je er wat langer over na, dan weet je: er valt nog een hoop ‘op te queer-en’.

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 45. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «