Mensen kijken: chicks with ink

De tijd dat alleen ruige zeebonken inkt onder hun huid lieten zetten ligt heel ver achter ons. Deze chicks kijken bijvoorbeeld ook niet op een naaldje meer of minder. Hier hun plaatje-praatje.

Emily van Dijk (28), eigenaar managementbureau Ash Agency Amsterdam

Wat een leuk vosje!

“Het is Ash, een karakter uit een Wes Anderson-film, hij is mijn favoriete regisseur. Daar komt ook de naam van mijn bedrijf vandaan. In de film zegt het vosje ‘I’m different, apparently’: zo krachtig. Ik wist gelijk dat dat de naam van m’n bedrijf zou worden.”

Je hebt er dus goed over nagedacht.

“Over het idee voor mijn bedrijf wel, de tattoo werd ter plekke ontworpen door tattoo-artist Trobbies. Ik ben een control freak, maar als ik ergens vertrouwen in heb, dan doe ik het. Het was best een impulsieve actie, maar het paste op dat moment heel goed.”

En je andere tattoo…

“Daar staat ‘liefde is vrijheid’. Het is voor mij een reminder. Als je dingen vanuit liefde benadert, kom je heel ver. Dan bereik je je ultieme doel. Het is niet zo’n ‘live, laugh, love’ chliché en dat vind ik heel tof. Tattoos moeten niet cheesy zijn.”

 

Gina Willems (26), grafisch ontwerper

Lief, die twee kleine hartjes.

“Die heb ik in Barcelona laten zetten, toen ik daar woonde. Het was een heel spannende tijd. Ik was er helemaal niet eenzaam, maar had er wel moeite mee als mensen weer weggingen. De dag dat m’n moeder en vriend vertrokken, heb ik ze in een opwelling laten zetten. Zo is de liefde altijd bij me.”

Ben je er nog steeds blij mee?

“Nou… Tijdens het zetten ging het eigenlijk al mis. Het moesten outlines worden, maar ik zag meteen dat de inkt aan het uitlopen was. Dat heet een blow out, dan is de huid te gevoelig en wordt er te diep gestoken. Ze zijn er daarna nog twee keer overheen gegaan om het in te vullen.”

Je werd gelijk op je nummer gezet…

“Jep. Ik had het gevoel alsof ik m’n lichaam had verpest. Ik ben altijd bezig met perfectie, maar als ik nu naar mijn lichaam kijk dan is mijn tattoo een reminder om niet te zwaar aan het leven te tillen. Het is een tattoo met een les, zeg maar. Mijn moeder noemt ze mijn ‘ondeugende hartjes’.”

Vivian Donders (27), label manager van Yellow Claw

Ik zie een paar kleine tattoos…

“Ik weet niet precies hoeveel ik er heb, het zijn allemaal kleintjes. Zo’n twintig stuks. De eerste was de naam van mijn moeder in m’n nek. Ik vond dat een leuk gebaar toen ik op m’n achttiende uit huis ging. Je kan nooit de fout in gaan met je moeders naam.”

En toen volgden er nog meer.

“Ja, ik ben heel impulsief. Soms bedenk ik iets en laat ik het twee dagen later zetten. Mijn tattoos zijn voor mij echt een soort schetsboek met ideeën en dingen die ik mooi vind. Helemaal blanco zijn vind ik saai, het voegt wat toe aan je persoonlijkheid.”

Wat is je favoriet?

“Ik heb een Maria-bedel op m’n arm, geïnspireerd op een bedel die ik van mijn oma heb geërfd toen ze stierf. Helaas ben ik de bedel zelf kwijtgeraakt. Ik heb ook een neushoorn getatoeëerd, voor het geval ze uitsterven.”

Marlis Sluijter (28), begeleider bij het Leger des Heils

Hoeveel tattoos heb je?

“Ik tel ze even voor je… Vierentwintig! Ze zitten verspreid over m’n hele lichaam: handen, voeten, schedel, ribben… Mijn eerste was de tekst ‘blue eyes’, die nam ik op m’n zeventiende. Een ode aan m’n vader, want zo noemde hij me altijd.”

Denk je er lang over na voor je iets laat zetten?

“Niet echt. M’n tattoos zijn vaak gebaseerd op het afgelopen jaar. Ik heb tattoos over vriendschap, liefde en vechten. Allemaal hebben ze een positieve betekenis en de meesten zijn gezet door mijn vriendin, Morris Schiffmacher.”

Wat is er zo leuk aan tattoos?

“Ze zorgen dat ik dicht bij mezelf blijf. Dat vond ik heel belangrijk toen ik op m’n zeventiende als model begon. Toen ik daar zeven jaar later mee stopte, kwam de rest er pas bij. Tattoos veranderen met je lichaam mee. Mijn volgende wordt een Maria Magdalena op m’n arm.”

Wil je niets meer missen van VIVA? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale lente-aanbieding: 10 nummers voor slechts €10.

Fotografie en tekst Daphne Ponsteen