10 herkenbare momenten wanneer je 30 Seconds speelt

Het is misschien wel het leukste spel van de afgelopen tijd: 30 Seconds. Perfect voor op een zaterdagavond met familie of vrienden, want het bordspel zorgt gegarandeerd voor de nodige gezelligheid. En tranen van het lachen. En bij mensen die niet tegen hun verlies kunnen ook voor ruzie. Maar dat terzijde. Kortom, een spel dat voor iedereen wel herkenbare momenten met zich meebrengt. Komen ze!

1. Je raakt in een kleine depressie wanneer je elke keer twee gooit

Waar bij de meeste bordspellen geldt ‘hoe hoger, hoe beter’, is dit bij 30 Seconds nou net het tegenovergestelde. En laat jij nou net elke keer ‘2’ gooien in plaats van ‘0’ of ‘1’. Oftewel, je team moet wel verdomd goed hun best doen om een paar stappen voorwaarts op het bord te komen. Maar, erg motiverend is het niet. Enne, grote kans dat wanneer niemand kijkt, je de dobbelsteen stiekem even snel op een lager cijfer legt.

2. Iedereen krijgt de zenuwen van de zandloper

Paniek, paniek en nog eens paniek: dat is wat er uitbreekt wanneer iemand naar de zandloper grijpt. Het moment dat je je realiseert dat je binnen 30 seconden zoveel mogelijk moet raden is al zenuwslopend. Maar doordat je tegenstanders dan ook nog al wiebelend op hun stoel de zandloper als een gek in de gaten houden, is er al helemaal geen houden meer aan.

3. Je teamlid leest de woorden op het kaartje te snel (of niet goed…)

‘Ja, je weet wel. Een broodje met vlees erin. Het komt uit Griekenland’. Iedereen weet natuurlijk dat dit om een pita gyros gaat. Maar je oplettende tegenstander controleert uiteraard – hoe irritant ook – het kaartje nog even voor de zekerheid. En ziet dat er niet pita gyros, maar pythagoras opstaat. Oeps, foutje!

4. Wanneer je teamleden het woord niet raden (maar je tegenstanders wel)

Niets zo frustrerend als teamleden die allemaal hun wenkbrauwen optrekken bij jouw uitleg, terwijl het andere team de woorden ‘Nouuu, weten jullie het nou nog steeds niet’ uitkraamt. En uiteraard is er helemaal niks mis met jouw beschrijving. Het ligt aan hen, niet aan jou. Daar ben je zeker van.

5. Terwijl jullie al wel even bezig zijn, worden de spelregels nog maar eens besproken

Dit had je natuurlijk van tevoren even moeten bespreken – en zelfs moeten opschrijven, just in case – maar iedereen kent het spel en dus was het écht niet nodig. Dikke bummer, want terwijl jullie halverwege zijn, is er opeens iets waar een discussie over ontstaat. Dingen aanwijzen, een Engelse vertaling, de voornaam is niet genoemd, en ga zo maar door…

6. Je krijgt gedurende het spel steeds meer twijfels bij je teamgenoten

Terwijl jij op de hoogte bent van wie er op dit moment minister van Buitenlandse Zaken is, gaat de kennis van je teamgenoten niet verder dan de Kardashians en de castleden van Oh Oh Cherso. Niemand zei dat het makkelijk ging worden.

7. Diegene die moet uitleggen heeft een ander idee bij de naam op het kaartje

‘Ja, volgens mij is hij een architect uit Spanje. Hij heeft ook die ene kerk in Barcelona ontworpen, enne… Ook dat ene park weet je wel’. Natuurlijk weet jij dat dit om niemand minder dan Antoni Gaudí gaat. Maar wanneer je zijn naam enthousiast begint te roepen, zegt je teamgenoot ineens ‘Bijna, bijna!’. Wanneer de tijd om is blijkt er niet Gaudí, maar Ghandi te staan… Lijkt misschien qua naam op elkaar, maar is toch totáál iets anders.

8. Het kaartenbakje blijkt ook elke keer weer een probleempunt te zijn

Je hebt ‘in’ en ‘uit’, makkelijker kan het niet. Althans, zou je denken. Er bestaat namelijk elke keer weer de discussie of het kaartje waarmee je net hebt gespeeld nou bij ‘in’ of ‘uit’ erin moet. Snap jij het nog? Moeilijk, moeilijk en nog eens moeilijk.

9. Wanneer het einde nadert, komen ineens de beschuldigingen

‘Jaaa, maar jullie hebben de hele tijd de mazzel dat je makkelijke kaartjes hebt. En wij krijgen alle moeilijke’. Ja ja, we weten het wel. Het is niet jullie schuld dat je achter staat, het is gewoon de schuld van de kaartjes. Tuurlijk!

10. De euforie wanneer je met je team hebt gewonnen

Opeens ben je alles weer vergeten. Dat teamgenoot A niet wist wat de naam van de vrouw van Barack Obama ook alweer was, en dat teamgenoot B echt geen idee heeft wat de hoofdstad van Turkije is, dat vergeef je hen bij het behalen van de zege onmiddelijk. Het is uiteindelijk maar een spelletje (said no one ever), toch?

Wil je niets meer missen van VIVA? Neem een abonnement. Klik hier voor onze speciale aanbiedingen.

Beeld: 30 Seconds