26: Hamburgermodel 2

geroosterde venkel

Geschrokken kijk ik de echo-mevrouw aan. Mijn baby heeft een rare afwijking. Een hamburgermodel.
Dat komt ervan als je stiekem van een meisje droomt in plaats van net als ieder normaal mens te hopen op een kerngezond kind, Max. Ik word meteen door schuldgevoelens verteerd, zoals het een goed katholiek meisje uit het zuiden des lands betaamt. Nu moet mijn kind door mijn schuld met een hamburgermodel door het leven. O, nee, ik zie het al voor me. Die medelijdende blikken in de kinderwagen. “Ja, hij is geboren met het hamburgermodel.”  Hoe moet ik dit aan Mick vertellen? “Sorry, maar onze baby heeft te kampen met het hamburgermodel. En dat komt allemaal door mij.”

Paniek overspoelt me en met tranen in mijn ogen vraag ik aan de echo-mevrouw. “Is dat een ernstige aandoening?”

Ik bereid me voor op het ergste, maar ben stomverbaasd als de echo-mevrouw bijna van haar kruk stuitert van het lachen. Ze moet zo hard lachen dat ze er tranen van in haar ogen krijgt. Dan staat ze op, pakt een tissue uit de doos naast het scherm en dept er haar ogen mee. Ik zie dat ze een paar pogingen doet om haar gezicht in de professionele plooi te krijgen, maar telkens schiet ze weer in de lach.

“Het spijt me. Sorry, maar dit is echt het grappigste wat ik sinds tijden gehoord heb. Kijk,” ze wijst op het scherm. “Zie je deze twee uitstulpingen? Dat zijn de broodjes van de hamburger.”

Ik begin me ernstig af te vragen of het wel helemaal goed gaat met deze mevrouw. Misschien is het niet goed om altijd maar zo met je neus op dat scherm te zitten. Of wellicht zitten er stoffen in die ijskoude gel op mijn buik die je hersenen aantasten.

“Eh, ja…”

“Oftewel, de schaamlipjes. En hier tussenin. Tja, dat is een beetje het probleem. Ik kan het niet met honderd procent zekerheid zeggen, maar de kans is groot dat het een meisje is.” 

—Wordt vervolgd—