56. Beschuit met muisjes

geroosterde venkel

Een bittere noodzaak, aldus mijn zus, want je gaat je baby toch geen kleertjes aandoen die rechtstreeks uit de winkel komen? Wie weet wat voor vieze handen er allemaal aangezeten hebben en aan welke bacteriën en virussen ze allemaal bloot gestaan hebben.

Weer wat geleerd, hoewel ik het behoorlijk overdreven vind om nagelnieuwe kleertjes eerst te wassen en te strijken. Maar ja, het houdt Mrs. Perfect weer even van de straat, zullen we maar zeggen.

Intussen lig ik lekker op de bank met een kopje thee en een beschuit met roze en witte muisjes. Ja, dat hadden we ook alvast in huis gehaald, er geen rekening mee houdend dat ik opeens een verslaving zou ontwikkelen voor beschuit met roomboter en muisjes. Mmmm, wat zalig zeg. Wist niet dat die muisjes zooooo lekker waren. Dus nu eet ik eigenlijk alleen nog maar beschuit met roze muisjes.

De kinders van mijn zus dartelen om me heen en nemen af en toe een handje muisjes uit een bakje. Zij vinden ze ook heerlijk, de beschuiten kunnen hen echter minder bekoren. De vloer ligt al bezaaid. Ach ja, straks even met de kruimeldief erover heen!

Ik laat mijn kopje thee balanceren op mijn dikke, dikke buik en de kids komen niet meer bij van het lachen. Ze rennen door de kamer op zoek naar spullen die ze op mijn buik kunnen zetten. Appel, check. Afstandbediening, check. Vaasje bloemen, ho, ho, ho, check. Dan laat Nele haar ballerina Barbie een split doen op mijn buik, check, ze blijft zitten. En een lol dat we hebben.

Net als Tom het bakje muisjes op mijn buik heeft gezet, schreeuwt zuslief keihard van boven aan de trap “Max! Waar is je kraampakket???” Geschrokken veer ik op. Het bakje met muisjes valt op de grond en de muisjes rollen alle kanten op. Grmbl! Met een rood hoofd komt zuslief de trap afgerend.

“Max, je kraampakket. Wat heb je daarmee gedaan?”

“Eh, ligt volgens mij onderin de klerenkast. Heb je dat nodig dan? Het is toch nog niet zover en ik ga denk ik toch niet thuis bevallen hoor. Ziekenhuis lijkt me toch praktischer.”

Zuslief kijkt me met de zoveelste meewarige blik aan en slaakt een diepe, diepe zucht. “Max, je moet nu echt al een matrasje op je bed leggen hoor. Stel dat je water breekt, dan wordt je matras helemaal smerig. Zal ik het er opleggen?”

“Is goed.” Ik hijs me uit de bank en loop naar de keuken om de kruimeldief te pakken.

Bij de bank zak ik moeizaam door mijn knieën (bukken gaat allang niet meer) en opeens voel ik iets knappen in mijn buik, gevolgd door een kramp die aanvoelt alsof iemand een mes in mijn onderbuik plant en dat vervolgens heel sadistisch nog een paar keer ronddraait. AU! GODVERDOMME! AU! De tranen springen in mijn ogen en ik val op het vloerkleed.

Tom begint te huilen en hardhandig grijp ik de kleine Nele bij haar armpje en sis haar toe: “Ga je moeder halen, NU!”

Voor ik out ga, hoor ik haar nog net heel hard “MAMA!!!” krijsen…

—Wordt vervolgd—