66. Flesje

geroosterde venkel

Je doet een paar schepjes in een flesje, water erbij, even schudden, een twintigtal seconden in de magnetron, speentje erop en je baby ligt binnen no time innig tevreden te lurken. De kraamhulp slash lactatiekundige noemde het met een vies gezicht ‘kunstvoeding’, maar wij zeggen gewoon ‘flesje’. Dat klinkt een stuk sympathieker.

Onze verloskundige vond het welletjes met de borstvoeding. En ik wilde maar wat graag naar haar luisteren. Molly mocht dan misschien wel tevreden zijn, maar ik had zo echt geen leven. Vond de verloskundige, dus hè. En ik kon het daar alleen maar mee eens zijn. En zo zouden baby èn moeder allebei gelukkig zijn en kon moeder eindelijk eens gaan genieten van haar prachtkind in plaats van alleen maar met haar borsten bezig te zijn. “Straks krijg je nog een hekel aan die kleine, en het is zo’n schatje,” zei ze.

Ik kon het allemaal alleen maar beamen. Ik had er graag een paar dagen stuwing (au!) en gespannen Pamela Anderson meloenen voor over. “En nu ga je genieten van je kraamtijd en van je baby!” zei de verloskundige gebiedend toen ze me een geheimzinnig pilletje had gegeven dat de borstvoeding zou doen stoppen en Mick naar de drogist had gestuurd voor een bus melkpoeder en een paar flesjes. “Het is mooi weer, dus je kunt lekker gaan wandelen met haar.” Zingen, dat vinden baby’s ook leuk, zei ze. En veel lachen, praten en knuffelen. “Doen hoor!” Voordat ze de deur uitliep, voegde ze me ook nog even fijntjes toe dat baby’s erg gebaat zijn bij een hygiënische omgeving. Met andere woorden: ruim die teringzooi hier eens op! “Rust, reinheid en regelmaat!” riep ze vrolijk en gooide de deur achter zich dicht.

Omdat Molly na de eerste fles ineens drie uur achter elkaar sliep, besloot ik maar eens het huis onder handen te nemen. Echt concentreren op het schoonmaken kon ik me niet. Ik was namelijk doodsbang dat er iets met Molly was gebeurd. Echt, ik weet niet hoe vaak ik ben gaan kijken om te checken of ze nog wel ademde, zo stil lag ze te slapen. Toen ik zo dicht met mijn gezicht boven haar hoofdje hing om naar haar nauwelijks hoorbare ademhaling te kunnen luisteren, sloeg ze me geïrriteerd in mijn gezicht met haar knuistje en niesde ze een keertje omdat mijn haar in haar neusje kriebelde, waarna ze een paar keer smakte om vervolgens gewoon weer verder te slapen.

Ontroerd keek ik naar haar. Voor het eerst keek ik echt naar haar. De verloskundige had gelijk. Ze was een prachtbaby. Zo klein, maar zo perfect. Zachtjes streelde ik de paar donzige haartjes op haar hoofdje en de boterzachte huid van haar wangetje, friemelde een beetje aan het minuscule oorlelletje en liet mijn vinger over haar zachte nekje glijden. Molly liet een tevreden zuchtje horen waarop de tranen in mijn ogen schoten.
Niet van ellende dit keer, maar van puur geluk…

—Wordt vervolgd—