73. Groene smurrie

geroosterde venkel

“Hallo!” roep ik vrolijk. Ik duw de kinderwagen met Molly naar binnen. Zo’n twintig peuterkoppies kijken me verbaasd aan en komen nieuwsgierig dichterbij gehobbeld, gekropen en geschoven. Een jongetje met twee dikke groene snottebellen uit zijn neusgaten, trekt aan mijn broek. “Baby’tje zien.”

“Oké, wacht even.” Snel haal ik een pak natte doekjes tevoorschijn en veeg de groene klodders van zijn gezicht. Stel dat ze op Molly terecht komen! Met een nieuwe doekje ga ik nog even snel over zijn handjes. Wie weet waar die allemaal gezeten hebben. Dan til ik het jongetje op en houd hem boven de bak met Molly erin. Ze kijkt hem met grote ogen aan en produceert dan een stralende lach.

Ik realiseer me dat dit dus de eerste keer in haar leventje is dat ze een soortgenoot ziet. De mensen die ze tot nu toe allemaal ontmoet heeft waren stuk voor stuk ouder dan vier. Raar idee, eigenlijk.

De rest van het troepje peuters heeft zich nu om me heen verzameld. Een veertigtal grote smekende kinderogen kijken me aan. Ik zie alleen maar snot. Heel veel snot. Uit heel veel kleine neusjes. Dik en groen. Nat en slijmerig. Sommige gezichtjes zijn helemaal besmeurd met groene smurrie, vermengd met zwarte vegen. “Baby’tje zien,” roepen ze nu allemaal door elkaar. Sommige peuters beginnen aan mijn handen en aan mijn broekspijpen te trekken en anderen hijsen zich op aan de kinderwagen om er een blik in te werpen. Het ding schudt vervaarlijk heen en weer en Molly begint een beetje angstig te kijken.

Snel zet ik het jongetje weer op de grond. Hij begint meteen angstaanjagend hard te krijsen. Ik pak mijn kind uit de wagen en houd haar dicht tegen me aangedrukt. Bang kijk ik om me heen. In de verste verte is er geen leidster te bekennen. Ik probeer weg te rennen, maar ik kom niet vooruit. Ik sta tot mijn knieën in de groene smurrie. Dan begint Molly te huilen…

Badend in het zweet word ik wakker. Straks gaat Molly voor het eerst naar de crèche…