Annet heeft kanker: ‘Tot die tijd leef ik een beetje tussen hoop en vrees’

Annet heeft kanker

Hokjes

Voor de gelegenheid heb ik mijn joggingbroek verruild voor een jurkje. Mijn piekerige grijze haar is eigenlijk het enige wat het traject dat achter me ligt nog zichtbaar maakt. Verder begin ik steeds meer op mezelf te lijken. Een beetje onwennig stap ik de auto uit en het terras op. Om mij staan allemaal mensen die ik door alle omstandigheden al een tijdje niet heb gezien en ik voel hun ogen op mij gericht.

‘Wat fijn dat je er bent, wat zie je er goed uit!’ Ons weerzien na lange tijd gaat gepaard met veel complimentjes. Het zijn complimentjes die ik de laatste tijd überhaupt vaak hoor. Ze worden vaak uitgesproken met een mix van bewondering en verbazing. Het label kankerpatiënt stond maandenlang letterlijk op mijn kale hoofd geschreven. Iedere wildvreemde kon met redelijke zekerheid inschatten tot welke categorie ik behoorde. Maar naarmate mijn haar langer begint te worden vervaagt dit label als sneeuw voor de zon. De associatie is duidelijk: Een kankerpatiënt is kaal en meer dood dan levend. En die labels passen niet bij hoe ik er nu uit zie.

‘Hoe gaat het met je?’ vragen de nieuwsgierige omstanders. Deze vraag is onmogelijk in een paar woorden te beantwoorden, dus houd ik het maar bij de kern: ‘Goed, het voelt haast alsof er niets gebeurd is.’ De wenkbrauwen om mij heen gaan een paar centimeter omhoog, de verbazing wordt iets sterker zichtbaar in de ogen eronder. Dit antwoord hadden ze duidelijk niet verwacht. En ik zal eerlijk zijn; ik had ook nooit verwacht om dit antwoord zo snel na het hele traject te kunnen geven. Maar toch is het zo. Mijn nachten en middagdutjes worden korter, mijn wandelingen langer. Ik voel energie door mijn lijf heen stromen die ik jaren niet gevoeld heb, ik doe steeds meer dingen die ik leuk vind en op sommige dagen komt het onderwerp ‘kanker’ steeds minder ter sprake.

‘Ben je nu genezen?’ luidt de volgende vraag terwijl ik een eerste slok van mijn drankje neem. Nu ik er niet meer uit zie als een kankerpatiënt en mij klaarblijkelijk ook niet meer zo voel lijkt het wel of mensen even willen checken of ik dit label nog wel verdien. Ik krijg de vraag sinds het einde van mijn behandeltraject steeds vaker. De eerste keren was ik verbaasd door deze woorden, want zelf had ik hier toen nog geen seconde over na gedacht. Het traject stopte net zo abrupt als het begon, waardoor ik nog helemaal niet kon denken in termen als ‘beter’ of ‘genezen’. Daarnaast besef ik heel goed dat dit allemaal in de komende jaren zal moeten blijken. Daarom geef ik mijn eigen vrije vertaling van de woorden van de artsen: ‘Voor nu lijkt alles goed’.

Dat klinkt net zo fragiel en onzeker als ik me hierover voel. Ik besef me heel goed dat de artsen mij geen enkele garantie kunnen bieden, omdat ook zij simpelweg niet weten of er ergens in mijn lijf nog een opstandige cel zich schuilhoudt en of, en wanneer, deze tot leven zal komen. De jarenlange anti-hormoontherapie die ik momenteel krijg en de jaarlijkse controles zeggen het eigenlijk allemaal; we moeten er de komende jaren nog van alles aan doen om eventuele wandelaars geen kans op leven te geven. En dus behoor ik nog steeds tot de categorie ‘kankerpatiënt’.

Als ik mensen dit antwoord geef zie ik de verwarring. De onzekerheid die in deze uitleg verscholen zit zorgt er voor dat ik moeilijk in een hokje te plaatsen ben. Want ben ik nu kankerpatiënt of niet? Ook ik vind het lastig dat ik niet met zekerheid kan zeggen dat ik genezen ben. Soms heb ik die houvast nodig om met vertrouwen naar de toekomst te kunnen kijken. Op die momenten zoek ik naar garantie en wil ik er alles aan doen om in het hokje ‘ex-kankerpatiënt’ te komen.

Maar helaas; de enige manier waarop ik tot dat hokje mag toetreden is overleven. Ik moet eerst dagen, maanden en jaren overleven zonder dat de kanker terugkomt. Pas op het moment dat het erop zit, weten we of ik nu ben genezen of niet. Tot die tijd leef ik een beetje tussen hoop en vrees; ik ben geen zichtbare kankerpatiënt meer maar ook geen ex-patiënt. En hoewel dat met vlagen vreselijk onzeker voelt is het eigenlijk is ook helemaal prima zo. Ik hou überhaupt niet zo van hokjes.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Annet Ceelaert (@cancerrollercoaster)

In de column ‘Annet heeft kanker’ vertelt Annet Ceelaert elke week over haar belevenissen tijdens haar cancerrollercoaster. 

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?

Fotograaf: Leonard Walpot