Blauw van het lachen

geroosterde venkel

Er lag een blauwe envelop op de mat.

Een voorlopige aanslag. Flink bedrag, want freelancer. En aangezien ik het extra confronterend vind om zélf mijn belasting af te dragen, had ik er meteen de pee in.

Met die pee in mijn achterhoofd, besloot ik maar meteen de hele administratie te doen. Dat vind ik namelijk óók stom. En zinloos. Ik wéét dat het niet zinloos is, maar zo voelt het wel. En daarnaast kost het geld.
Ik ging voortvarend te werk. De papieren vlogen door de kamer. Paul kwam vragen of de chaos het resultaat was van een woedeaanval. Ik legde uit dat ik de administratie deed en hij droop snel af. Paul vindt administratie óók stom.

Tegen het einde van de avond had ik alles opgeruimd. “Zo,” dacht ik tevreden. “Nu alleen nog even die aanslag betalen.” Maar wáár was dat ding nou toch gebleven? Ik doorzocht de ene map na de andere. Nergens.

Uiteindelijk vond ik de aanslag. Hij lag, in stukjes gescheurd, onderin de prullenbak. Tja, als ik opruim, doe ik het goed. Soms een beetje té goed. En dan raak je wel eens wat kwijt. Kan de beste overkomen.

Vanochtend belde ik de belastingdienst. Gelukkig hadden ze alle begrip voor de situatie. “Mevrouw,” zei de jongen aan de telefoon. “Zoals u waarschijnlijk wel weet raken we zélf ook wel eens wat kwijt.” Grinnikend verbrak ik de verbinding.

Wie zei er dat ze het niet niet leuker konden maken?!