Bloesemboompje

In onze tuin staat een bloesemboompje van anderhalve meter hoog. Als de lente in een vroeg stadium is en de groene bladeren van de narcissen zich nog maar net uit de ontdooide grond weten te drukken, dan verlang ik al naar het moment waarop ik onder het boompje kan liggen, in het zachte gras, starend naar een kruin gevuld met roze bloempjes. Dat is een gelukzalig gevoel.

Het lijkt wel Sinterklaas
Van het ontstaan van roze knopjes aan de takjes maak ik net zo’n nerveuze toestand, als dat onze kinderen dat maken rondom Sinterklaas. Want oh jee, het zal dit jaar toch niet helemaal misgaan? Het begin van de roze bloempjes ziet er namelijk enorm triest uit. Ze lijken wel uitgedroogd, er steken pluizige draadjes uit. Dat is zo rond de tijd dat het ’s nachts nog vriest. Dan roep ik bevreesd: ‘Nee hè, de bloesempjes vriezen kapot.’

Als ik dat zeg zucht mijn vrouw. De dag erop herhaal ik mijn stelling en dan zucht mijn vrouw net iets harder. Na een week komt er zoveel lucht uit mijn vrouw dat de bloesempjes ervan weg zouden waaien, als ze naast mij en ons boompje zou komen hijgen. ‘Ze zien er toch echt dood uit,’ zeg ik dan. Vanachter de gesloten deur klinkt dan opnieuw een zeer geïrriteerde echtgenote, die dat boompje het liefst om zou willen hakken op dat moment.

Aanstellerig roze
Dan komt de tijd dat de roze bloemblaadjes zich ontvouwen in het felle licht van de lentezon, precies op zo’n dag dat ik moet overwerken, of in het weekend dat we een naar een bungalowpark gaan. Echt, ik loop tientallen keer gehaast langs dat boompje en telkens geniet ik van de explosie van roze, van de aanstellerigheid ervan: ’s winters kaal, ’s zomers groen en maar een paar dagen roze. Maar liggen in het gras aan de voet van dat boompje is er niet bij.

Vanavond is het er eigenlijk geen weer voor en de zon gaat al bijna onder, maar ik ben even onder het boompje gaan liggen. Boven mij de takken met roze bloempjes, verder naar boven een lucht waar het blauw vervaagt. En dan lig je daar zo een paar tellen te liggen en dan heb je het eigenlijk wel weer gezien.

CC foto: Mr. T. in DC