Daar zit een luchtje aan

geroosterde venkel

Pier ging met Bo de stad in voor een kado voor mijn verjaardag.
Ik vroeg mijn favoriete geurtje. Wel zo makkelijk, en altijd lekker.
Hij belt vanuit de stad.
‘Het is er helemaal uit.’
‘Wat? Erúit?’
‘Ze hebben het nergens meer.’
‘Niet!’
‘Ik ben nog in vijf zaken geweest, maar het is er echt helemaal uit.’
‘Nou ja! Dat kan ik me níet voorstellen. Weet je het zeker? Moet ik online kijken?’
‘Nee, nee, wacht maar even. Misschien kon hij er nog aan een komen.’
‘Ja hoor. Waarom moeten ze de goede dingen altijd eruit gooien? Ik geloof er niks van.’
‘Het is een oude dametjesgeur, zei de verkoper.’
‘Een oude dametjes geur?! Het is een hartstikke fris luchtje! Die gebruik ik al jaren!’
En terwijl ik het mezelf hoor zeggen, denk ik: ik bén natuurlijk in de loop van de tijd ook wel wat ouder geworden… maar een oude dametjes geur? Dat ís het niet!
‘Het was altijd een superpopulaire geur! Die gaat er echt niet uit hoor!’
‘Misschien kan ik hem morgen nog ophalen, maar dat zou dan echt de laatste zijn…’
‘Je neemt me in de zeik.’
Pier lacht.
Ik geef toe. Hij had me.

Over oude dametjes gesproken… Morgen ben ik dus jarig. En word ik 38.

Ik zie wel eens meisjes in de stad van een jaar of achttien, negentien, en voor mijn gevoel ben ik ook nog steeds zo oud. Maar inmiddels ben ik het dubbele! En op zich klinkt 38 nog niet eens zo oud, en 40 ook nog niet vind ik. Ook veertig past ergens nog wel bij de ‘jeugd’. Totdat je beseft dat na veertig 50 komt. En hoe je het ook wendt of keert, 50 is absoluut niet jong meer.
Of verplaatst je eigen gevoel van wat je oud vindt gewoon?