On Topic: ‘Ik tikte: vandaag is mijn man overleden’

De pijn die Fiona’s (31) man voelde, bleek acute leukemie. Zes maanden en één dag na de diagnose overleed hij. Fiona vond tijdens zijn ziekte en erna steun op het VIVA-forum.

“Op 10 juni 2010 opende ik een topic op het VIVA-forum. Het was half tien ’s avonds en donker in huis. De titel: ‘Mijn man heeft leukemie’. Ik zat al een paar jaar op het forum, gaf advies, speelde spelletjes, las soms in stilte mee. Ik schreef zelf ook: over mijn relatie, over tv-programma’s of over de sombere buien die ik soms had. Die donderdagavond schreef ik een tekst persoonlijker dan ooit tevoren. Ik wilde alles opschrijven in de hoop dat ik het dan zou kunnen bevatten. Ik schreef over de pijn die Peter al tijden aan zijn been had. Hoe de fysiotherapeut dacht dat het om een oude blessure ging, maar het leukemie bleek te zijn. Ik stond in de drogist om een nieuwe tandenborstel voor Peter te kopen, toen ik het hoorde. De arts vroeg of ik meteen naar het Daniel den Hoed kon komen. Dat is toch een kankerziekenhuis, dacht ik. ‘Het is leukemie,’ zei de arts voordat ik het kon vragen. Ik liet letterlijk alles vallen en rende naar buiten. Mijn handen trilden, ik kreeg amper lucht. Hoe moest ik bij het ziekenhuis komen? Een vrouw zag me worstelen en kwam naar me toe. Ze nam me mee naar de bushalte en stapte samen met mij in de juiste bus. Ik snelwandelde het ziekenhuis binnen, naar Peter, die blijkbaar al een eigen kamer had. Ik vloog hem om de nek en huilde. Hij bleef sterk en zei: ‘Nu we weten wat het is, kan ik ertegen vechten.’ Ik was verdrietig en bang. Toen ik dat op het forum vertelde, kreeg ik tientallen reacties. Steun. Lieve woorden. En al kende ik de meeste mensen niet, het gaf me de kracht om met Peter mee te vechten. Die eerste dag en alle dagen daarna.”

Inzamelingsactie

“De leukemie was agressiever dan gedacht. Er was een aantal behandelmogelijkheden. Sloegen die niet aan, dan had hij nog een paar maanden. We probeerden alles. Zelfs een stamceltransplantatie met zijn eigen broer als donor. Het mislukte. Peter verloor ondertussen zijn haar, maar niet zijn hoop. Hij zei eens: ‘Ik ben zo blij dat ik met jou getrouwd ben. Je ouders zijn al dood, je kunt niet ook nog je man verliezen.’ Hij gebruikte het om zichzelf te motiveren beter te worden. Maar ik zag hoe de kanker langzaam won. Hij werd mager, flets, slap. De man die ik kende, verdween. Ik vond het altijd zo leuk dat hij grapjes maakte, maar ook dat stopte. Die lieve lachkuiltjes in zijn wangen zag ik weinig meer. Een paar maanden na de diagnose stapte ik zijn kamer binnen en schoot vol. Die man in dat bed was niet meer mijn Peter. Hij was niet dood, maar ik was hem wel al kwijt. Het kostte moeite mijn tranen tegen te houden. Ik wist: we hebben niet lang meer. Ik meldde me ziek op mijn werk om bij hem te kunnen zijn. Het liefst wilde ik in het familiehuis slapen, bij het ziekenhuis, maar ik had geen geld voor een kamer. Gefrustreerd schreef ik daar op het forum over. Tot mijn verbijstering zette een forummer een inzamelingsactie op. Binnen een paar dagen was er genoeg geld en betrok ik mijn kamer. Ik kan nog steeds niet geloven dat het zo gegaan is. Wát een warmte, wát een medeleven en begrip. Het heeft mijn laatste weken met Peter mooier gemaakt. Hij was voorheen altijd zo kalm, maar nu kon hij opeens in paniek raken en de hele boel bij elkaar gillen. Dan belde de verpleging en was ik er binnen twee minuten, pakte zijn hand, zei dat het goed was en zag hoe hij kalmeerde.”

‘Nu al?’

Na een halfjaar was Peter uitbehandeld, zoals dat heet. Ik kon niet geloven dat hij in zes maanden van gezond ogende man naar terminaal patiënt was gegaan. Op een woensdag mocht hij mee naar huis. Zijn ziekenhuisbed stond in de woonkamer. Hij sliep veel en was niet helder genoeg meer voor mooie, laatste gesprekken. Maar het was goed, nog even samen thuis. Elke avond wanneer ik naar bed ging, dacht ik: misschien is dit de laatste keer dat ik hem levend zie. Op zaterdagochtend om zes uur stond mijn zus aan mijn bed. ‘Hij is overleden,’ zei ze. Weet je wat ik zei? ‘Nu al?’ Dat vind ik achteraf zo’n gekke reactie. Misschien was ‘Nu pas?’ beter geweest. Hij was klaar, moegestreden, op. Maar afscheid komt altijd te snel, al wacht je erop. Peter was in zijn slaap overleden. Vreedzaam. Ik liep de trap af, knielde naast zijn bed en pakte zijn hand vast. ‘Ik ben zo verschrikkelijk trots op je,’ zei ik, en kuste zijn voorhoofd. Ik zag hoe de gele kleur langzaam uit zijn gezicht verdween. Alsof hij gezonder werd nu hij dood was. Ik wachtte op de thuiszorg, die me hielp Peter te wassen. Ik trok hem de kleren aan die al een paar dagen op een stoel klaar lagen. Een spijkerbroek, met zijn favoriete shirt. En ik deed zijn bril op. Want die hoorde bij hem. Toen pakte ik mijn laptop en surfte naar het VIVA-forum. Ik wilde de forummers op de hoogte brengen van zijn overlijden. Ze hadden zo veel voor me gedaan. Me eten gebracht na lange dagen in het ziekenhuis, op mijn hond gepast, me gebeld wanneer ik er doorheen zat. ‘Update’, tikte ik in tranen: ‘Mijn man is vandaag overleden aan leukemie’. Ik drukte steeds op F5 en zag de nieuwe reacties verschijnen. Digitale knuffels, kussen en lieve woorden. Een paar dagen later kwamen zelfs een paar forummers naar de begrafenis. Later voelde ik me schuldig over dat laatste uur met Peter. Had ik niet iets anders moeten doen? Tegen hem praten, hem vasthouden, niet op het forum schrijven. Tot mijn psycholoog zei: ‘Het was wat jij op dat moment nodig had.’ Ze had gelijk.”

Nieuwe vriend

“Ik geloof dat we elkaar weer zien. In de hemel, of hoe je het ook noemen wilt. Het wordt een gezellige boel daarboven. Mijn vader is er al, mijn moeder en mijn man nu ook. De eerste periode na Peters dood dacht ik: laat mij dan ook maar gaan. Dan kan ik hem weer aanraken, met hem lachen. Nu, vijf jaar later, ben ik blij dat ik hier nog ben. Peter had ooit een T-shirt met: ‘Je kunt liefde beter verliezen, dan dat je het nooit hebt gehad’. Het is mijn motto geworden. Ik kan nu dankbaar zijn voor de jaren die we samen hadden, zonder alleen maar verdrietig te zijn om zijn dood. Sinds twee jaar heb ik een nieuwe vriend. Ik vond het moeilijk zijn liefde toe te laten. Peter was mijn man voor altijd, niet voor even. Maar mijn vriend biedt ruimte aan mijn verdriet. We gaan soms zelfs samen naar Peters graf. Als ik huil, troost hij me en laat me praten. Ik hou nog veel van Peter, daar doet mijn nieuwe relatie niets aan af. Het duurde even, maar nu zie ik dat ik juist gezegend ben. Twee keer in één leven echte liefde: wie mag dat nou ervaren? En ja, ook dat deel ik op het forum. Het is niet alleen verdriet, maar ook geluk.”

Tekst: Renée Lamboo-Kooij
Beeld: iStock

Jessica heeft een zwak voor (salsa)dansen, gekke taalfeitjes en de Spaanse cultuur. Voor VIVA schrijft ze over human interest, entertainment, reizen, liefde, seks, eten en al het andere wat haar bezighoudt.