Paradies Liebe

geroosterde venkel

Terwijl het hier min 10 was zat mijn moeder bij plus 30. Dat was nog al een verschil. Ze was in Gambia, om haar 65e verjaardag te vieren.

Als ik het tegen mensen zei zeiden ze ‘Leuk!’ maar ondertussen keken ze er een beetje lacherig en tegelijkertijd argwanend bij. Mijn moeder maakte er zelf ook grapjes over hoor, Gambia staat immers bekend om de oudere vrouwen die daar een Afrikaanse man aan de haak slaan. Jong, donker, en met een doorgaans goddelijk lichaam. Maar mijn moeder ging niet alleen of met een vriendin, ze ging gewoon met haar vriend.

Inmiddels zijn ze terug en heb ik de vele foto’s gezien. Van het leuke kleine hotelletje, de mooie natuur, de prachtige strandwandelingen die je er kon maken, het lekkere eten en de vele lieve mensen. En natuurlijk ook van ‘hun’ beachboy waarmee ze een paar excursies deden waardoor ze onder de bevolking zelf waren en echt wat van het land zagen.

Excursies ja, dat is heel normaal. Dus geen pikante zaken. Maar net als zovelen kwam ook deze beachboy, hoe aardig en oprecht hij ook leek, natuurlijk toch met verhalen die je graag wil geloven maar waaraan je ook kunt gaan twijfelen. Zij twijfelden niet echt. Of dachten terecht ‘Maar ze hébben het daar ook minder dan wij, wij hebben het nou eenmaal beter.’

Ook ik ben van nature wat dat betreft nogal goedgelovig. Maar sinds ik de film Paradies Liebe heb gezien, over een Oostenrijkse vrouw die haar heil bij de Keniaanse mannen zocht, weet ik het niet meer. Uiteindelijk was het allemaal toch vrij teleurstellend en voelde de vrouw zich gebruikt, want het draaide elke keer toch op geld uit. Bleek er ineens weer ‘a problem’ te zijn en was er weer geld nodig voor een ziek iemand. Het kan natuurlijk, het is daar armoede troef, maar soms bleek het niet waar te zijn. Maar haar gedrag, en dat van de andere westerse vrouwen, was ook behoorlijk respectloos en regelmatig alleszins beschamend. Eigenlijk veel erger nog. Dus wie nam wie nou in de maling?

Je zou niemand meer durven vertrouwen. Tegelijkertijd is het ook zo begrijpelijk dat de mensen daar het proberen. Dergelijke praktijken kun je ook als een wederzijdse ‘dienstverlening’ zien. Maar het blijft een ingewikkeld iets. Hoe ver ga je? En zou echte liefde dan echt niet kunnen? Dat kan ik me dan ook weer niet voorstellen.

En toch, als ik terugdenk aan mijn eigen vakantie ooit in Senegal herken ik het maar ten dele. Ik zeg ooit omdat het echt al een eeuwigheid geleden lijkt (terwijl het in werkelijkheid 12 jaar geleden is). Zo ver weg als het lijkt, zo dichtbij zijn sommige herinneringen nog. Ik was er met een vriendin. En ook al zaten wij vrij afgeschermd, ook wij gingen op pad en maakten naast een of twee georganiseerde tourtjes ook een paar tourtjes met een local, een vrolijke Senegalees. Juist dat was zo leuk. En de andere jongen die ik er ontmoette vroeg niet om geld, maar hij had het dan ook al stukken beter dan de gemiddelde Senegalees.

Betalen voor liefde? Dat kan ik me niet voorstellen. Maar goed, dat is nogal simpel gedacht misschien. Want wat als het je maar niet lukt om iemand te vinden, het lijf zijn beste tijd gehad heeft of überhaupt nooit om over naar huis te schrijven was, en je in Afrika ineens kunt bloeien als nooit te voren? Ik weet het niet. Het is makkelijk oordelen en veroordelen. Maar wie er nou het meest bij gebaat is of blij van wordt blijft uiteindelijk de vraag.

Trouwens, je zou het bijna vergeten, maar je hoeft natuurlijk niet voor de Liebe naar zo´n land te gaan. Of het nou Kenia, Gambia, Senegal of een ander Afrikaans land is, behalve mooie mannen is er heel veel meer moois te zien. Gelukkig.

Iemand de film gezien?