Rode kool op maandag

geroosterde venkel

Vorige week in het zwembad.

We stonden onder de douche. “Ik ben een beetje sloom,” zei ik. “Teveel gegeten. Ik had zó’n lekkere rodekoolschotel gemaakt!” “Rode kool?” riep er iemand. “Op máándag?!” Ik gluurde onder mijn afdak van shampoo door. “Ja, rode kool. Hoezo?”

“Rode kool op maandag betekent ruzie,” legde de douchebuur uit. “Ik eet nóóit rode kool op maandag, daar waarschuwde mijn moeder me al voor.” Een aantal dames knikte instemmend. Zij wisten óók van het rode-kool-op-maandag verbod. Ik dacht even na. Ik had geen ruzie gehad. En later die avond, toen Paul inmiddels lekker naast me lag te knorren, bleek dat ik die ook niet zou krijgen.

Gisteravond aten we geen rodekool We aten kip. Kip met peultjes. De kinderen vonden het niet lekker, zaten met lange tanden te kauwen. Paul en ik kregen woorden. En om niet teveel op elkaar te gaan fitten vervielen we beiden in een nukkig stilzwijgen. Met een afgemeten ‘doei’ vertrok ik naar het zwembad.

“Nog rode kool gegeten?” knipoogde één van de zwemgenootjes toen ik binnenkwam. “Nee,” zuchtte ik. “Geen rode kool gegeten. Wél ruzie gehad.”

Mijn rode koolgesprekspartner van vorige week draaide zich om. “Je méént het!” zei ze ontzet.

“Géén rode kool en tóch ruzie? Bizar.”