Roze wolk of niet?

geroosterde venkel

Jammergenoeg is het best moeilijk om als (aanstaande) moeder ervoor uit te komen dat je je niet honderd procent happy voelt en dat je eigenlijk nog heel erg moet wennen aan dat nieuwe mensje dat opeens je hele leven overneemt. Dat je – kortom – dus niet aan het ideaalbeeld voldoet. Iedereen verwacht dat je stralend van geluk rondloopt en jij voelt je er behoorlijk schuldig over dat dat niet zo is. En dus doe je maar alsof. Er rust – kortom – nog een behoorlijk taboe op.

Iedere zwangerschap is anders. De zwangerschapshormonen gieren door je lichaam en iedere vrouw reageert daar op een verschillende manier op. Terwijl de ene zwangere vrouw inderdaad overloopt van geluk en op het genoemde roze wolkje rondzweeft, kan het voor de andere heel anders verlopen.

De eerste barstjes in de roze wolk kunnen al in een vrij vroeg stadium optreden. Wat als zwanger worden bijvoorbeeld niet zo gemakkelijk gaat als je wel zou willen?

En ben je eenmaal zwanger dan kan het best zijn dat je je helemaal niet zo gelukzalig voelt als je dacht dat je je zou voelen omdat je last krijgt van allerlei kwalen.

In plaats van een beetje vermoeider dan normaal ben je extreem moe en moet je je door de dag heenslepen. En in plaats van een beetje misselijk ’s ochtends, hang jij de hele dag boven de wc-pot. Of nog erger: je krijgt last van bekkeninstabiliteit.

“Hee.” denk je dan. “Zo stond het niet in dat babytijdschrift?”

Ook de bevalling zelf kan je roze wolk wreed uit elkaar doen scheuren. Had je je verheugd op een thuisbevalling met kaarsjes en rustgevende muziek op de achtergrond, maar moet je plotsklaps naar het ziekenhuis? Of lig je te gillen om een ruggeprik en vindt de dokter het niet nodig of is het al te laat? Allemaal redenen om die roze wolk uit elkaar te laten klappen.

En dan is de baby er eindelijk. Jij zou moeten overlopen van geluk, maar in plaats daarvan loop je rond met ontstoken tepels, hechtingen en ben je dood en doodmoe van de gebroken nachten. Ook dan is de roze wolk ver te zoeken.

Bij de meeste vrouwen komt het allemaal heus wel goed. Een baby zet nou eenmaal je leven op zijn kop en het is heel normaal dat je daar even aan moet wennen.

Een op de twee vrouwen krijgt verschijnselen die in de volksmond ‘Babyblues’ wordt genoemd. Enkele dagen na de bevalling krijg je last van stemmingswisselingen en vermoeidheid. Dit gaat meestal vanzelf weer over.

Maar het kan ook erger.

Tien procent van de vrouwen die net een kind hebben gekregen, krijgen last van een postnatale depressie of een postpartum depressie.

Dezelfde hormonen die bij andere vrouwen voor het ‘roze wolkgevoel’ zorgen, maken dat deze vrouwen zwaar depressief raken.

De prille moeder kan geen band met haar kindje opbouwen, heeft last van paniekaanvallen en wil niet meer voor haar baby zorgen.

Vaak wordt dit probleem uit angst een slechte moeder te zijn, onder de mat geschoven, terwijl het juist ontzettend belangrijk is om meteen tot een behandeling over te gaan.

Gelukkig is er de laatste tijd wat meer openheid over postnatale depressies. Actrice Brooke Shields, inmiddels zwanger van de tweede, schreef er een openhartig boek over.

In In de schaduw van mijn geluk vertelt ze bijvoorbeeld hoe ze zo radeloos was dat ze op het punt stond haar auto tegen een muur te rijden met dochtertje Rowan in het kinderzitje op de voorbank.

Door de juiste medicatie is het met de actrice allemaal goed afgelopen, maar ook zij had schaamtegevoelens en was bang afgeschilderd te worden als slechte moeder.

Wil je meer lezen over dit onderwerp?



Wil je het boek van Brooke Shields bestellen?