Vriendjes en vriendinnetjes mee in de auto

geroosterde venkel

Bovendien is het zonde als al die auto’s achter elkaar aan rijden naar dezelfde bestemming. Hoeveel kinderen mogen eigenlijk mee in je auto? En welke kinderen moeten in kinderzitjes of op zittingverhogers?

Eigen kinderen eerst
Daar zijn wettelijke regels voor. Ouders en pleegouders moeten hun eigen kinderen die nog geen 1.35 meter zijn, vervoeren in een goedgekeurd en passend kinderbeveiligingsmiddel.

Voor andere kinderen is niet altijd een kinderzitje aanwezig. Daar heeft de wetgever rekening mee gehouden. Andere kinderen van 4 jaar en ouder die incidenteel én over een korte afstand meerijden, mogen in de gewone gordel achterin.

Dat betekent dus: je eigen kinderen in een kinderbeveiligingsmiddel en de andere kinderen (mits 4 jaar of ouder) met gordel op de achterbank. Meer kinderen meenemen dan er zitplaatsen zijn mag niet. Dus ook geen kinderen in de achterbak, zoals vroeger wel gebeurde.

Incidenteel vervoer, korte afstand
Deze uitzondering voor andermans kinderen geldt alleen als er sprake is van incidenteel vervoer over een korte afstand. Incidenteel wil zeggen: af en toe, onregelmatig. Ouders die elke woensdag- en vrijdagmiddag ook het buurmeisje naar school brengen, moeten voor haar een goedgekeurd en passend kinderbeveiligingsmiddel in de auto plaatsen

Met een korte afstand bedoelt de wetgever een afstand van maximaal ongeveer 50 kilometer. Chauffeuren naar een honkbaltoernooi aan de andere kant van het land zonder extra kinderbeveiligingsmiddelen is dus uitgesloten. Laat staan een vriendje of vriendinnetje uitnodigen om mee te gaan op vakantie. Dan is geen sprake meer van vervoer over een beperkte afstand en moet je dus bij kinderen onder 1.35 meter een extra kinderzitje plaatsen.

Kinderen onder de 3 jaar moeten altijd in een kinderzitje.

Kijk voor meer informatie op anwb.nl/rechtshulp of bel 088-269 7788 (exclusief voor ANWB-leden).