Schamen voor schaamhaar?

Het is 1984 en ik kan bijna niet wachten. Iedere ochtend kijk ik onder de douche of er al wat komt. Of er ergens op mijn kinderlijk zachte schaamlippen een haar wil verschijnen. Want pas als dat gebeurt, ben je volwassen.

Echte vrouwen hebben haar. Bossen woest krullend donker schaamhaar wil ik hebben, zodat ik me niet meer zo hoef te schamen in de kleedkamer bij het sporten. Uiteindelijk is het er wel gekomen, hoewel, woest krullend en donker zal het wel nooit worden.

Gelukkig maar, want anders dan in de jaren 70 en 80 is schaamhaar niet meer een teken van vrouwelijkheid, wulpsheid en begeerlijkheid. Nee, het is vies, het zijn plukken, het moet getrimd of het liefst helemaal weg. Dat dat kan leiden tot stoppels, uitslag, ingegroeide haren en ontstekingen doet er niet toe. Kuthaar is smerig en moet met wortel en tak vernietigd worden.

Schaamde ik mij vroeger in de kleedkamer voor mijn gebrek aan vacht, tegenwoordig hoor je je te schamen als je met stoppels onder de sportschooldouche vandaan komt. Het is zelfs zo dat ik van het weekend verbaasd naar de Any Body zat te kijken. Deze dame had haar op haar vulva. Niet veel, het was maar een beetje. Maar toch, je ziet het niet vaak meer. Het had bijna iets nostalgisch gezelligs.

Zal ik het maar weer laten groeien? Gewoon uit heimwee naar vroeger, toen de drop nog naar drop smaakte, oranje nog afremmen betekende i.p.v. gas geven en vrouwen nog haar hadden.