Aan hem

Nee, ik wilde je geen pijn doen. Zoals jij mij ook geen pijn wilde doen. Maar je deed het toch. Het was ook niet mijn bedoeling om verliefd op je te worden. Maar ik werd het toch.

Ik heb voor je gevochten. Dacht ik. Maar eigenlijk vocht ik voor mezelf. Jij wist het toen. Ik weet het nu. En het spijt me oprecht. Het spijt me oprecht dat ik vocht voor liefde die er niet was. Het spijt me dat ik je leugens vertelde. Leugens die toen meer dan waarheid voor mij waren.

Het spijt me dat ik zeg dat er geen liefde was. Het spijt me dat ik mezelf laat geloven dat er geen liefde was. Het spijt me dat ik ooit wilde geloven dat wij voor elkaar bestemd waren. Het spijt me dat ik wilde dat jij dat geloofde. Het spijt me dat ik een plaatje in mijn hoofd had. Een plaatje dat niet overeen kwam met de werkelijkheid. Het spijt me dat ik niet wist wat werkelijkheid was.

Het spijt me dat je voor mij wilde vechten, toen ik eindelijk had opgegeven. Het spijt me dat ik zei dat ik niet meer van je hield, terwijl ik wel van je hield, maar niet voldoende. Het spijt me dat ik niet voldoende van je hield. Het spijt me dat ik wist dat ik nooit voldoende van je zou houden. Het spijt me dat ik wilde dat je van me hield. En het spijt me dat toen je van me hield, ik je liefde niet meer wilde.

Het spijt me dat je zei dat ik ‘dit’ niet zo hoefde te doen, toen ik weg liep zonder om te kijken. Het spijt me dat ik deed alsof het me niet raakte. Het spijt me dat je nooit zal weten dat het me wel raakte. Het spijt me dat het me wel raakte, terwijl ik wilde dat het me niets zou doen.

Het spijt me dat ik zo abrupt uit jouw leven stapte. Het spijt me dat jij pas besefte dat je van me hield, toen ik niet meer van jou hield. Het spijt me dat er geen moment is geweest van gelijkwaardige en onvoorwaardelijke liefde.

Het spijt me dat ik je in de steek liet. Zoals ik mij altijd in de steek gelaten voelde door jou. En eigenlijk door de hele wereld. Het spijt me dat ik je een kans gaf. Een oneerlijke kans. Het spijt me dat ik je niet eerder heb verteld dat ik niet voor jou vocht of voor liefde, maar voor mezelf. Ik was ‘mij’ kwijt. Hoopte ‘mij’ bij jou te vinden.

En dat deed ik. Door bij je weg te gaan.