Amateurstagiair

Al is het je moeilijk voor te stellen: zo groen als dat ik me voelde, zo groen zag ik eruit. Ik was doodnerveus voor mijn allereerste stagedag ooit.

Onbedwongen zenuwen
Gewassen en gestreken lag mijn outfit uitgestald op mijn laminaten vloer. Mijn boterhammen waren gesmeerd. De zon scheen. De dag was er klaar voor. Ik niet. Ik vloog als een kip zonder kop door mijn huis en ijsbeerde neurotisch van kamer naar kamer om te checken of ik écht niets vergeten was. Ik moest onmiddellijk het huis verlaten als ik mezelf geen zenuwinzinking wilde bezorgen. Uit angst om te laat te komen, liep ik naar het treinstation alsof ik de koploper was in een marathon. Al rokend struikelde ik bijna over mijn eigen voeten. Eenmaal in de trein probeerde ik mezelf te kalmeren met Norah Jones, Stevie Wonder en Gare du Nord, maar ook al hield ik mijn lippen stevig op elkaar: hun stemmen werden overmeesterd door de mijne. Telkens als de treindeuren openvlogen, schoot er door mijn hoofd om eruit te springen, een sprintje te trekken naar huis om daar vervolgens in foetushouding te gaan liggen janken.

Spastische forens
Op weg naar mijn stage bedrijf werd ik omringd door mensen met dezelfde bestemming. Ik voelde dat ik deel uitmaakte van een groep. De werkende forenzen. Ik had geen flauw idee wat me te wachten stond en het beviel me voor geen meter. Ik dacht dat mijn zenuwen inmiddels wel een hoogtepunt hadden bereikt, maar nee. Ik werd nog zenuwachtiger. Ik ben nogal theatraal ingesteld, dus zag ik allerlei rampscenario’s voor me waarin ik koffie voor het hele pand kon gaan halen en mijn bammetjes in mijn eentje achter mijn bureau zou opeten, omdat ik niet met de anderen mee durfde naar de kantine. Ik voelde me weer net de 11-jarige Sosha die voor het eerst naar de middelbare school ging. Ik had er geen flikker zin in. Zo werkt dat bij mij. Als ik ergens heel nerveus voor ben, dan heb ik er ‘geen zin in’.

De naakte waarheid
Ik ben iemand die het graag goed wil doen. ‘Als je iets doet, doe het goed’. Een les die mijn vader vroeger aan mijn luier heeft gehangen en op de één of andere manier altijd is blijven hangen. Die ‘goed’ heb ik alleen door de jaren heen naar ‘perfect’ laten muteren, wat ervoor zorgt dat ik bang ben geworden om te falen. Zo ook die dag. Maar eenmaal aangekomen, bleek dat mijn gedachtegang me weer eens volledig in m’n hempie had laten staan. Het punt is: je kunt alle antislipschoenen aantrekken die je wilt en ermee op de vlucht slaan, op je bek ga je sowieso een keer. Ik moet die hele schoenenkeuze gewoon een keer vergeten, mezelf in het diepe gooien en op m’n blote stinkers van het uitzicht genieten.