Anna & Eus: ‘We willen niet dat onze jongste zich achtergesteld voelt’

Anna Eus

Journalist Anna van den Breemer (36) en schrijver Özcan Akyol (36) wonen in Deventer en hebben twee kinderen: Mia (4) en Baran (3). In VIVA Mama schrijven ze over wat ze als ouders meemaken. Deze keer over het lot van de jongste.

EUS

Net als ieder ander kind wilde ik vroeger van mijn ouders ook weten hoe ze destijds de bevalling hebben ervaren. Mijn moeder wond daar nooit doekjes om: ‘Je had eigenlijk een meisje moeten worden. Nu heb ik drie zoons. Eeuwig zonde!’En daar moest ik het dan mee doen. Mijn ouders kenden een ongelukkige geschiedenis als opvoeders: mijn halfzus, de dochter van mijn vader uit zijn eerste huwelijk, stierf in Nederland aan een medische misser. Die pijn was groot. Daarom kwam ik een jaar later op aarde, om het gat op te vullen, iets wat dus niet is gelukt. Dat klinkt veel somberder dan het was.

In de praktijk hobbelde ik gewoon achter mijn oudere broers aan en probeerde ik vooral hun interesses te kopiëren, ook al was ik daar intellectueel nog lang niet aan toe. Een voorbeeld: toen ze hiphop uit Amerika ontdekten, kon ik alleen fonetisch de lyrics opdreunen. Dan liep ik als vierjarige de kleutergroep binnen en sprak ik driftig tegen de juf: ‘Straight outta Compton, crazy motherfucker named Ice Cube. From the gang called Niggaz With Attitudes.’ Dan keek ze me wel even raar aan.

Maar materieel voelde ik me vóóral de buitenstaander. Omdat we weinig geld hadden, kochten mijn ouders geregeld hun goed bij de kringloopwinkel. Mijn oudste broer wandelde dus steevast in tweedehandskleding. Als een trui mij had bereikt, was het officieel inmiddels vierdehands. Maar het was niet alleen kommer en kwel. Het voordeel van twee oudere broers was dat ze alles konden voorleven en dus ook de fouten zouden maken die mij bespaard bleven. Er zijn veel jongste kinderen die zich achtergesteld voelen. Door de jaren heen zijn er duizenden verhalen over het onderwerp gepubliceerd. Die wijsheden komen meestal achteraf, als het allemaal al te laat is. Ik probeer met die kennis naar onze kinderen te kijken. Laatst kreeg Mia een mooi Dino-truitje van haar Turkse oma.

‘Waarom heb je niets voor Baran gekocht?’ vroeg ik.

‘Hij kan het dragen als zij ermee klaar is.’

‘Waarom? Dat is toch niet eerlijk?’ Baran keek ons pruilend aan.

Ik beende meteen naar de winkel en kocht exact dezelfde trui, maar dan drie maten kleiner. Nu hadden onze kinderen een soort uniform.

Mia en Baran speelden tikkertje in de woonkamer en hadden de grootste lol. Ik keek ze aan. Later zou geen van beiden kunnen zeggen dat hij of zij een andere behandeling kreeg. Daar ging ik wel voor zorgen.

Lees ook:
Anna & Eus: ‘We hebben de opvoeding laten versloffen’

ANNA

Om twee uur ’s nachts stond ik over het bedje van onze zoon gebogen om hem in slaap te sussen. Ik zong het slaapliedje dat mijn moeder ooit voor mij had bedacht – over een oud paard op de boerderij. Het hielp geen snars, Baran bleef onbedaarlijk huilen. ‘Neem hem mee naar ons bed,’ klonk opeens de stem van Eus door de babyfoon. ‘Mia mag na een enge droom ook altijd bij ons slapen. Dat mogen we hem niet ontnemen.’ Daar raakte hij een gevoelig punt.

De dag ervoor had Baran namelijk doodleuk geconstateerd dat er ‘veel foto’s van Mia’ in de gang hingen, ‘maar niet van Balan’. De ‘r’ is nog steeds een struikelblok voor onze peuter. Kinderen hebben veel meer in de gaten dan je denkt. Ergens in huis lag een envelop met kiekjes, maar ik was te lui geweest om ze in te lijsten. Met een groeiend schuldgevoel legde ik het bundeltje slaapzak tussen ons in. We wilden natuurlijk niet dat onze jongste zich achtergesteld zou voelen, ook al is dat misschien de vloek van de tweede. Ik spreek uit ervaring.

‘Over twee jaar gaan we deze momenten missen,’ fluisterde Eus.

‘Papa, wat zeg jij?’ vroeg Baran.

‘Niets. We gaan slapen,’ zei ik.

‘Mag ik een fles melk?’ Zuchtend liep Eus naar beneden. ‘En nu naar dromenland,’ zei ik streng nadat hij de warme drank gulzig naar binnen had gewerkt. ‘Ik heb nog dorst.’ Baran had het waterflesje gepakt dat op de hoofdsteun boven ons bed stond.

Ik schonk wat water in zijn fles. ‘Zo, klaar.’ Vijf minuten was het stil. Toen hoorde ik iemand zwaar ademen, zijn hoofdje hing vlak boven mij. ‘Mama, ik wil met jou praten.’

‘Baran, het is nacht. We zijn moe!’ De luxe van goede nachten realiseer je je altijd pas achteraf. ‘Ik ga zijn luier verschonen,’ kondigde Eus kordaat aan. ‘Maar hij is nog helemaal droog.’ ‘Het kan psychologisch werken. Dat hij daarna rust vindt.’ Baran vond rust. Om twee scheetjes te laten en daarna keihard te lachen. Eus mopperde: ‘Mia gaat altijd wel direct slapen.’

‘Niet hardop vergelijken,’ riep ik. Ergens tegen drieën moeten we in slaap zijn gesukkeld. Baran lag inmiddels overdwars. Zijn snotterige neus in mijn haren en zijn voeten op het gezicht van zijn vader. Over drie jaar denken we hier vast met heimwee aan terug.

Deze column is afkomstig uit VIVA Mama 08-2020. Deze editie kun je hieronder bestellen.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «