Anna & Eus: ‘Ik voelde me 
een aanstellerige mislukkeling’

Journalist Anna van den Breemer (34) en schrijver Özcan Akyol (34) wonen in het centrum van Deventer en hebben twee kinderen: Mia (2) en Baran (1). In elke VIVA Mama schrijven ze over wat ze als ouders meemaken. Deze keer over een huis vol zieken.

Anna

De griepgolf trof ons gezin hard: Baran, Mia en Eus hingen met waterige oogjes op de bank, kermend om aandacht, Bumba of gewoon erkenning. Even voelde ik me 
een soort Florence Nightingale, hoe ik met engelengeduld tussen de gewonde strijders bewoog, in de weer met koude washandjes, thermometers en tissues. Ik trok zelfs soep van echte kippenbouten! Zo ambachtelijk krijg je het zelden bij ons. Voor de nodige brandstof dronk ik ondertussen een derde koffie, uit mijn favoriete glas dat ik eerder die dag van bloemen moest ontdoen, omdat mijn moeder het voor een vaas had aangezien. Toch blijf ik volhouden: volgeschonken telt het als één koffie. Om tijdens deze ziekenboeg óók nog toe te geven dat ik lijd aan een ongezonde verslaving, is te veel van het goede. ‘Mama, wil je mij helpen!’ gilde Mia van pure ellende. Met wat, dat wist ze niet. Ze wilde niets eten, niets drinken. De salontafel lag bezaaid met mijn ijdele pogingen: stukjes banaan, rozijntjes, een bakje yoghurt, ontbijtkoek, volle tuitbekers, appelpartjes onder de haren – die waren door mijn driftige dochter op het kleed gegooid. Baran beleefde zijn enige vrolijke moment van de dag toen hij zijn vingertjes doopte in de urine van zijn zus – ik had het potje nog niet geleegd. Ik voelde tranen opkomen. Deze Florence Nightingale trok zich terug op de donkere gang. Ik zat op de trap, waar we Mia soms neerzetten als ze haar zondes moet overdenken. Adem in, adem uit, probeerde 
ik me van mijn kortstondige yogaperiode te herinneren. ‘Mama waar ben je?’ schreeuwde Mia aan de andere kant van de deur. ‘Papa! Papa!’ Baran had de correcte gezinstitels nog niet onder de knie. De cafeïne was uitgewerkt en ik voelde me 
een aanstellerige mislukkeling. ‘Zo,’ zei ik bij binnenkomst. ‘Mama moest even naar de wc.’ Het koffiezetapparaat ging weer aan. Nog een paar uur tot bedtijd. ‘Misschien raak je me vannacht kwijt,’ prevelde Eus die avond, zwetend vanonder een dekentje. ‘Doe normaal, je hebt gewoon griep,’ antwoordde ik. ‘Als ik het niet red,’ vervolgde hij, ‘weet dan dat ik van je hou.’ ‘Aansteller.’ ‘Er ligt in mijn kledingkast een stapeltje briefgeld in de achterzak van mijn zwarte spijkerbroek, de derde van boven. Daar kunnen jullie even mee vooruit.’ ‘Ik zal het onthouden.’ Ondertussen appte ik een vriendin: ik ben blij dat ik morgen weer mag werken. Even weg. ‘Turkse vrouwen zouden zoiets nooit zeggen,’ zei Eus met een gebroken stem. ‘Die zorgen altijd voor hun gezin.’ ‘Ik ook. Maar daarover klagen, doe ik ook.’

‘Anna vindt het ongemakkelijk als iedereen in huis een of ander virus heeft’

Eus

Mijn moeder heeft me verpest. Over het algemeen werd ik verwaarloosd, zowel emotioneel als materieel, maar als ik ziek was, behandelde ze me als een prins. ‘Er wordt straks een cadeau voor de kinderen bezorgd.’ ‘Alweer?’ vroeg Anna. ‘Dat is al de vijfde dag op rij.’ Ik had veertig graden koorts en geen zin in een discussie, maar het moest, kennelijk. ‘Ja, vandaag krijgen ze een hobbelpaard en de knuffels van Casper en Emma.’ ‘Waar moeten we al die rotzooi laten?’ ‘Weet ik veel,’ zei ik. ‘Zo worden ze ten minste elke dag een beetje blij, als ze een doos mogen uitpakken.’ Ik had mijn moeder nog nooit met Anna vergeleken, vermoedelijk omdat ik mijn vriendin in alles toffer vond, maar plotseling merkte ik dat ik me ergerde aan haar weinig zorgzame houding – en dat kwam juist omdat ik in mijn jeugd anders gewend was. Mijn moeder voerde me brood als ik koorts had, gaf me drinken met een rietje en depte mijn mond met een tissue. Misschien overdreven, maar er is een ander uiterste: Anna vindt het vooral ongemakkelijk als iedereen in huis een of ander virus heeft. Want dan kan ze niet werken, met vriendinnen afspreken of een paar uur slapen, zodat ze de volgende ochtend fris en fruitig is. Volgens mij ben ik een conservatieve man: ik vind dat een vrouw alles uit haar handen moet laten vallen als gezinsleden ziek zijn. Andersom geldt hetzelfde. Het DNA van mijn moeder stroomt volop door mijn bloed. Ik verzorg altijd niet alleen mijn gezin, maar ook andere hulpbehoevenden. Op deze momenten clashen Anna en ik vaak. Een week waarin iedereen ziek is, wordt daardoor extra zwaar. ‘Denk je dat we een glijbaan kwijt kunnen in Mia’s slaapkamer?’ vraag ik ‘Waarom?’ Anna rook onraad. ‘Ik wil er eentje voor haar bestellen.’ ‘Doe normaal,’ zei ze. ‘Als we alles voor hen kopen, worden ze onhandelbare blagen.’ Voor het slapengaan bracht ze Baran even naar het bed in de logeerkamer, waar ik tijdelijk sliep. ‘Sorry, Baran. Papa is ziek. Daarom zie je me zo weinig.’ Ik gaf hem twintig euro om mijn schuldgevoel af te kopen. Hij wilde het opeten.

Deze column is afkomstig uit VIVA Mama 02-2019. Deze editie kun je hieronder bestellen.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.