Anna & Eus: ‘Mijn moeder kwam binnen met cola, chips en bonbons (met alcohol) voor de kinderen’

Journalist Anna van den Breemer (35) en schrijver Özcan Akyol (35) wonen in het centrum van Deventer en hebben twee kinderen: Mia (3) en Baran (2). In elke VIVA Mama schrijven ze over wat ze als ouders meemaken. Deze keer over: oma.

EUS

Op de eerste verdieping, waar onze huiskamer is, hing ik met een flinke kater op de bank, terwijl Mia en Baran op de grond speelden.

‘Godverdomme, laat me binnen,’ hoorde ik plotseling van buiten. Mijn telefoon maakte een pinggeluid. Vijf seconden later: ‘Ik sta hier nog steeds. Het is ijskoud. Wat ben jij voor ongelooflijke niksnut?!’ Het was mijn moeder. Ze heeft een gammele iPhone, maar doordat ze niet kan lezen, gebruikt ze het apparaat alleen voor plaatjes. Dankzij mijn broer weet ze tegenwoordig ook hoe je een soundclip moet versturen. Ik haat hem.

‘Öz-can. Öz-caan. Öz-caahaaan. Doe open. Ik ben er al.’

Een minuut later zat ze op haar knieën haar kleinkinderen te knuffelen. Ze had allerlei spullen voor hen meegenomen: een sixpack Coca-Cola, drie zakken chips, een doos bonbons (met alcohol), vier lolly’s en een te grote trui die ze pas over vier jaar aankunnen.
‘Waarom ben jij zó?’ vroeg ik.

‘Hoe bedoel je?’

Ik speelde de soundclips hard af. In amper twee minuten had ze negen stuks gestuurd, allemaal even agressief van karakter.

‘Ooo,’ zei ze. ‘Ik dacht dat je me niet hoorde.’

‘Ik hoorde je zelfs zonder telefoon.’

Ruim vier jaar geleden verwaterde het contact met mijn moeder. Vooral het feit dat ze overal, zonder uitzondering, negatief op reageert, zorgde voor ruzie. Ik was het bekvechten zat. Totdat Anna en ik onze dochter kregen: toen bleek een oma toch wel héél handig. Mijn moeder spant de kroon, omdat ze een soort neurotische verkering met stofzuigers heeft en bovendien geen reet doet in het leven. Een ongewenste 24-uurs-service-oppas.
‘Oma, mag ik diksap?’ vroeg Baran. Mijn moeder knuffelde haar kleinzoon en aaide over zijn bol. Ze verstond hem niet.
‘Dik-sap. Dik-saap. Ik wil dik-saahaaap.’ Het kleine mannetje werd een heuse gladiator. ‘Wat is er met het jochie?’ informeerde ze in het Turks.
‘Hij wil wat drinken, mam. Als je nou de taal had geleerd, zou je met hem kunnen praten.’
‘Wat weet jij nou? Ik was in die tijd met andere dingen bezig.’
‘Ja, Turkse soaps kijken.’
‘Hork.’ Mijn moeder bestudeerde haar hand. ‘Mijn arme kleinzoon, hij heeft vettig haar. Jullie wassen hem niet goed.’
‘Hij zat gisteren nog in bad.’
‘Onzin.’

Ik had er een punt van kunnen maken, maar het was voor iedereen beter om in stilte verder te lijden.

ANNA

‘Oma, heb je cadeautje?’ vroeg Mia toen de moeder van Eus over de drempel van onze voordeur stapte. ‘Mia, dat moet je niet altijd vragen!’ riep ik. ‘Oma’s aanwezigheid is al een cadeau.’ Maar oma had een plastic tas bij zich en onze dochter stak haar neus er nieuwsgierig in. Ik gokte op een nieuwe lading microvezelschoonmaakdoekjes. ‘Kijk, kizim!’ Stralend haalde oma twee flesjes met felroze inhoud tevoorschijn, met haar teen schoof ze de gangmat recht. ‘Lekker drinken jij en Baran.’ Toen oma naar de keuken waggelde om de door haar meegebrachte zak chips in bakjes te doen, keek ik op het etiket. ‘Hier zit prik in,’ zei ik, ‘ik denk niet dat ze het lekker vinden. En de kinderen gaan over vijf minuten avondeten, dus maar een klein beetje chips, oké?’ Vorige week had ik ternauwernood kunnen voorkomen dat ze Baran een slok van haar koffie gaf.

‘Knap dat je niet boos wordt,’ had een vriendin gezegd toen ik haar deelgenoot maakte van alle troep die oma het huis binnenbracht – meestal beplakt met allerlei kortingsstickers. Maar oma bedoelde het goed, het was haar onhandige manier om zich geliefd te maken bij haar kleinkinderen. En wij als gezin leunden op haar. Meestal kwam ze al poetsend en opruimend binnen.

De kinderen stonden inmiddels als hongerige wolven om haar heen, nog even en ze zouden haar ook in lengte voorbijstreven. Ze schroefde de dop open en goot de vloeistof in het mondje van haar kleinzoon. Met een vertrokken gezicht spuugde Baran het goedje uit. ‘Au!’ Oma knuffelde hem zo hard dat zijn wangetje dubbelvouwde. Eus kwam in zijn joggingbroek binnenlopen en zuchtte diep over wat zijn moeder tegen hem had gezegd. Dat ik nooit Turks heb geleerd, is een zegen.

‘Hele dag niets gegeten,’ zei mijn schoonmoeder en ze klopte op haar dikke buik. Vanavond gingen we voor het eerst in zes jaar samen op pad, naar het verlovingsfeest van onze oppas. Ik wist dat ze zich verheugde op de schalen met voedsel die gebruikelijk zijn op Turkse feesten. ‘Zal ik wat make-up bij je opdoen?’ opperde ik. Oma schudde haar hoofd. ‘Nee! Ik oude vrouw.’ ‘Echt niet?’ ‘Helemaal niet!’

Ik pakte de autosleutels. Oma knoopte de blauwe sjaal met glittertjes om die ik vorig jaar voor haar verjaardag had gekocht. Vanavond zou papa voor de kinderen zorgen. Fadime en ik gingen een avondje uit.

Deze column is afkomstig uit VIVA Mama 01-2020. Deze editie kun je hieronder bestellen.

»BESTEL VIVA MAMA ONLINE | KLIK HIER «