Annet heeft kanker: ‘Mijn vroegere borsten lijken nu een soort kratergebied’

Annet

Heb je het al gezien?Dat is met stip de meest gestelde vraag van de eerste 48 uur na mijn operatie. Heb je het al gezien. Van ze is geen sprake meer.

Als ik na de operatie terug naar mijn kamer word gereden gaat voor de eerste keer mijn operatiegewaad omhoog. Mijn bed is net de gang opgereden. Boven mij zie ik het hoofd van de verpleegkundige die af en toe bij me kwam kijken op de uitslaapkamer. Daarnaast een vage schim van een andere dame. Ik ben nog redelijk stoned van de narcose en heb eigenlijk geen idee wat er gebeurt. Ik hoor stemmen en voel wat getrek aan mijn lijf. Mijn shirt gaat omhoog. Met een schuin oog kijk ik naar beneden. De vrolijke borsten die daar de afgelopen 23 jaar hingen zijn vervangen door wat hobbels en lijnen. Het lijkt meer op een maanlandschap dan op een vrouwenboezem, maar toch hoor ik de gluurders zeggen dat het er prachtig uitziet. Die woorden kan ik moeilijk rijmen met het beeld dat ik zie, maar ik ben niet genoeg bij kennis om me daar een seconde druk om te maken.

Abstract schilderij

Niet veel later, als ik op mijn kamer lig, de eerste krentenbollen achter mijn kiezen heb en niet langer dubbel zie, staan de chirurgen voor mijn neus. Het shirt gaat weer omhoog. Dit is de eerste keer dat ik echt iets zie. En waar ik verwachte dat ik volledig in het verband zou zitten zie ik mijn nieuwe borstkast bloot onder mijn gezicht liggen.

Het is een bizar gezicht. Waar nog geen vier uur geleden twee borsten met tepels zaten zie ik nu een vreselijk mislukt abstract schilderij. Zo eentje waarvan je denkt; het is kunst dus het zal wel mooi zijn, maar ik zie het niet. Het schilderij betreft een roze achtergrond van de desinfectie vloeistof. Daaronder ligt een abstract lijnenspel dat vlak voor de operatie langs de contouren van mijn borsten is getekend. Mijn vroegere borsten lijken nu een soort kratergebied. Per borst zit er rondom een flinke rand onder mijn huid en mijn tepels zijn vervangen door een dunne hechtpleister van zon 12 centimeter lang. Aan beide zijden komt een slangetje onder mijn huid vandaan die het wondvocht afvoert naar de bijbehorende flessen die op het matras liggen.

Opluchting

Het ziet er prachtig uit’  zeggen de chirurgen, beiden tevreden over hun werk. Ook nu zie ik niet wat er dan zo prachtig is aan dit geheel, maar gek genoeg doet het me ook niets. Dit mislukte doek voelt absoluut niet als mijn lijf. Pas als ik het resultaat in de spiegel bekijk zie ik dat mijn eigen hoofd boven deze nieuwe borstkast uitsteekt. En ja, dat is een bizar gezicht. Ik voel me een beetje een wandelende freakshow en zie een spiegelbeeld waar ik me amper meer in herken. Maar toch voel ik geen verdriet; alleen maar opluchting; het zit er op, ze zijn er af.

Hoop is belangrijker dan een cupmaat

Voor veel vrouwen is het misschien niet voor te stellen en het is ook een vraag die me veel gesteld is de afgelopen tijd: Vind je het niet erg dat je borsten eraf gaan?’ En om eerlijk te zijn; absoluut niet. Tuurlijk had ik liever gehad dat dit allemaal niet nodig was geweest, maar ik ben vooral heel blij dat ik kanker heb gekregen op een plek waar je gewoon zonder kan. Want laten we eerlijk zijn; ik mis liever mijn borsten dan een deel van mijn hersenen of een ander vitaal orgaan. Mijn lijf kan gewoon prima verder leven zonder boobies en hoeft daar geen enkele aanpassing voor te doen. En bovendien; de lol was er wel vanaf.

Vanaf de diagnose zag ik mijn borsten vooral als twee moordkanonnen. Dingen die, zonder dat ik het door had, bezig waren met een terroristische aanslag met verstrekkende gevolgen. Aanraken was een no go; ik was bang om de kanker wakker te porren. Iedere aanblik van de twee dames maakte me verdrietig en deed me beseffen in welke bizarre situatie ik terecht ben gekomen. Er was dus geen emotioneel afscheid, geen rouw, geen verdriet. Niets van dat. Er was vooral hoop op een gezond leven. En dat is voor mij zoveel belangrijker dan een cupmaat.

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?

Tekst: Annet Ceelaert | Beeld: Leonard Walpot