Annet heeft kanker: ‘Ze hebben heel je vrouwelijkheid afgepakt’

Annet heeft kanker

Vrouw zijn

‘Jeetje, ze hebben echt heel je vrouwelijkheid afgepakt.’ Ik zit op mijn matje in een lege yogazaal en heb me geïnstalleerd voor mijn eerste privé-yogales na de operatie. Tegenover mij zit de docente. Haar vriendelijke gezicht is omlijst met een bos krullen, haar ogen kijken een beetje verschrikt mijn kant op. Op haar vraag hoe het met me gaat heb ik haar zojuist vertelt dat ik door de anti-hormoontherapie voor onbepaalde tijd in de kunstmatige overgang ben gebracht.

Haar houding is open, haar blik medelevend. “Je lange haar, je borsten én ook nog je cyclus”, vervolgt ze verschrikt. “Je hele vrouwzijn is weg.” Haar woorden galmen na in de lege zaal en moeten even doordringen voordat ik begrijp wat ze betekenen. ‘Nou, zo voel ik het helemaal niet hoor,’ kaats ik meteen terug. ‘Ik ben nog steeds mezelf en voel me nog steeds vrouw.’

De dagen na het gesprek blijven de woorden door mijn hoofd spoken. En hoe langer ik erover nadenk hoe heftiger ik ze vind. ‘Je bent geen vrouw meer.’ Als ik in de spiegel mezelf aan kijk probeer ik te zien wat zij ziet. Ok; mijn kapsel is er een waar ik zelf nooit voor zou kiezen. Mijn haar groeit zo hysterisch alle kanten op dat er geen model in te krijgen is. En de kleur is zo grauw en grijs dat het ook niet echt bij me past. En ja; mijn borsten lijken meer op twee onderhuidse tennisballen dan op de borsten die er tot een paar maanden geleden hingen en nee, ik heb geen cyclus meer. En hoewel ik dat ongesteld zijn geen seconde mis, zorgt het gegeven dat ik op mijn 35ste in de overgang ben er natuurlijk echt niet voor dat ik me sexyer dan ooit voel.

Maar tegenwoordig kijk ik met hele andere ogen naar mijn lijf. Als ik in de spiegel kijk zie ik een lijf wat keihard is neergehaald maar iedere keer gewoon weer opstaat. Als ik mijn littekens bekijk, voel ik een lichte trots en als ik mijn aangroeiende haar zie, voel ik hoop; er komen andere tijden aan. Tijden waarin ik misschien dit hoofdstuk wel achter me kan laten. En de anti-hormoonbehandeling zorgt er hopelijk voor dat mijn tijd nog lang mag duren. En daar geef ik mijn cyclus heel graag voor op.

Met terugwerkende kracht maken de woorden me een beetje boos en verdrietig. Niet zo zeer voor mezelf, maar voor andere vrouwen. Want hoewel ik niet gebukt ga onder mijn nieuwe uiterlijk en me niet verminkt voel, kan ik me wel voorstellen dat het voor het andere vrouwen in hetzelfde proces wel heel erg moeilijk kan zijn. Ik kan me heel goed voorstellen dat zij zich totaal niet meer herkennen in hun eigen spiegelbeeld, zich niet meer thuisvoelen in hun eigen lijf en dat de aanblik van datzelfde nieuwe lijf voor lange tijd niet eigen voelt. Ik snap dat de impact van je uiterlijk ook door kan werken op je innerlijk. En ik snap dat het een hele zoektocht kan zijn naar wie je nu precies bent, wanneer er zoveel is veranderd.

Lees ook
Annet heeft kanker: ‘Tot die tijd leef ik een beetje tussen hoop en vrees’

Voor die vrouwen vind ik de woorden zo hard en respectloos. Want wie bepaalt eigenlijk wat vrouwelijkheid is en waar dat precies in zit? Wie zegt dat dat in lang haar zit, of in een cupmaat? En wie bepaalt dat je alleen vrouw bent als je een cyclus hebt? Ik hoef de voorbeelden niet te noemen van (badass sexy) vrouwen die kort haar hebben. Of van de vrouwen die vrouw zijn zonder cyclus, natuurlijke borsten of zonder baarmoeder. Het is niet aan mij te bepalen wanneer iemand wel of geen vrouw is en ik voel geen enkele behoefte om daar een stempel op te drukken.

Terwijl ik mijn nieuwe spiegelbeeld bekijk, besef ik me heel goed dat de woorden van de docente meer over haar zeggen dan over mij. En ik hoop alleen maar dat zij, op het moment dat zij in een soortgelijke situatie zit, ook kan ervaren dat er van alles kan veranderen maar dat je in de kern altijd jezelf kunt blijven.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Annet Ceelaert (@cancerrollercoaster)

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?

Fotograaf: Leonard Walpot