Ik ben chaos

Op kantoor zie ik in eens dat ik maar één hand voorzien heb van wijnrode nagellak. Ik dacht gisterenavond: Die andere hand komt morgen wel. Maar vanochtend was ik die gedachte alweer vergeten. Zoals ik ook de sleutel van kantoor vergeet, spontaan vergeet mezelf op te maken en vergeet om sokjes aan te doen in mijn gympen die inmiddels een zeer penetrante lucht met zich meedragen.

Mijn wallen hangen nog net niet op mijn toetsenbord. En op mijn make-uploze hoofd zit een wirwar van haar met daar omheen een elastiekje. Dat elastiekje zat net nog om de hippe brooddoos van een collega. Een brooddoos, een tupperware-schaal, boterhamzakjes gevuld met speltbrood, en wat al niet meer. En ik heb werkelijk geen idee wat ik vanmiddag ga eten. Ik heb nog niet eens ontbeten. Op twee zoete aardappelen na, had ik eigenlijk niks in huis.

Met een peuk tussen mijn ongestifte lippen loop ik naar het tankstation aan de overkant. Ik struikel onhandig over de drempel en daarna nog onhandiger over mijn eigen voeten. Ik lach vriendelijk, maar de jongen achter de balie gunt me geen blik waardig. En geef hem eens ongelijk. Ik staar naar de koeling die vrijwel leeg is. Geen luxe broodjes, geen salades. Nee, ik begeef me op een industrieterrein in een dorp. En dat betekent een keuze tussen een broodje bal en een klef broodje kaas met teveel boter. Ik kies voor kaas. Met tegenzin. En slof weer terug naar kantoor.

In mijn pauze werk ik dat broodje kaas naar binnen terwijl ik alle bekende fashionblogs als een bezetene bekijk. Hoe doen deze vrouwen dat toch? Vrouwen met perfect gelakte nagels en perfect geföhnd haar, die ’s middags een zelfgemaakte biologische maaltijdsalade eten met ijsbergsla uit eigen moestuin. Waar halen ze de tijd vandaan?  En waarom gaan die kroppen sla en basilicumplantjes niet hartstikke dood, zoals bij mij. Ik hoef er maar naar te kijken of de blaadjes zijn bruin. Ik denk dat ik in staat ben om een cactus om zeep te helpen. Echt. Geef me een cactus en over een week is ie morsdood. Stekels die er uitzien als mijn haar en de pot, waar ie in staat, is waarschijnlijk al gebroken.

Morgen lak ik de nu-nog-ongelakte-nagels van mijn niet-zo groene-vingers. Morgen. Echt.

© Beeld: privébezit