Big in Japan

geen

Ik heb me nog nooit zo reusachtig gevoeld als hier.

Met mijn 1 meter 68 ben ik niet bepaald lang naar Nederlandse maatstaven. In Japan is dat een heel ander verhaal. Gisteren, in de lift naar het uitzichtpunt van de Tokyo Tower, was ik de op een na grootste persoon in een gezelschap van twaalf. Alleen mijn man – 1 meter 87 – stak boven mij uit.

Verticaal gehandicapt
Nou is hij hier sowieso wat je noemt verticaal gehandicapt. Hij moet oppassen om niet de laaghangende reclameborden in de metro tegen zijn hoofd te krijgen en om onze hotelkamer in te komen moet hij bukken, want de deur is ongeveer 1 meter 80 hoog. Ik verwacht elk moment een luikje tegen te komen waarachter zich een glijbaan bevindt naar het hoofd van John Malkovich.

Alice in Wonderland
Maar het wonderlijkst zijn nog wel de miniatuurversies van alledaagse dingen. Mensen fietsen hier rond op fietsen die wij gebruikten toen we negen jaar waren. En de wastafels in het hotel zijn zo laag dat ik er op mijn knieën voor kan gaan zitten. Het is allemaal nogal Alice in Wonderland, wat alleen maar bijdraagt aan onze verwondering over dit toch al zo bijzondere land.

Bezienswaardigheid
Andersom geldt trouwens precies hetzelfde. Je zou denken dat de mensen in Tokio wel gewend zijn aan toeristen, maar waar we ook komen, we worden aangestaard dat het een aard heeft. Wij zijn net zozeer een bezienswaardigheid voor hen als zij voor ons. Eigenlijk is dat ook wel zo eerlijk.