Biomutsenbrood (recept!)

Het is zo heerlijk makkelijk. Niet nadenken en gewoon een blik tomatensoep opentrekken of even snel een doos met voorbedachte maaltijd uit het schap plukken. Heerlijk als je het druk hebt en niet teveel bezig wil zijn met eten. Ik heb zo jaren lang heel gelukkig geleefd. Vrienden gingen vega, vegan of bio eten. Ik was vooral van de school: niet miepen maar opschieten.

Dat was voordat ik me bezighield met mijn gezondheid en me steeds vaker na een maaltijd niet zo lekker voelde. Verborgen zout, toegevoegde suiker, vreemde E-nummers, wat zijn eigenlijk nog de voordelen van een snelle hap? Zou het ook anders kunnen? Niet meer de prefab-variant die ik eerder at, maar wel praktisch en zonder gemiep, want af en toe een bouillonblokje of blikje tomatenpuree moet kunnen. De komende paar blogs hou ik jullie op de hoogte van de recepten die ik zoal tegen ben gekomen. Koken kost me nu wel meer tijd dan vroeger, maar stiekem vind ik het wel leuk om er zo mee bezig te zijn.

Ik *hartje* brood. In alle soorten en maten, maar het liefst dat extra donkere met pitjes. Inmiddels heb ik geleerd dat brood lang niet zo goed is als ik altijd dacht. ‘Spelt? Dat is toch van dat spul voor van die biobakfietsmutsen die alles eco doen?’, lachte ik mijn vriendin plagerig toe toen ze vertelde dat ze voortaan alleen nog maar spelt wilde.

Ondanks dat ik haar een beetje voor gek zett,e werd ik ook wel erg nieuwsgierig naar dat brood en al snel was het hek van de dam. Ik ben helemaal om en bak me suf. Niets ruikt lekkerder dan versgebakken brood en nu eet ik brood waarvan ik precies weet hoe het gemaakt is. De smaak is wel even wennen als je alleen supermarktbrood gewend bent. Het is nou eenmaal geen prefab-brood met mooie rechte plakjes. Aan het basisdeeg kun je van alles toevoegen en je hebt dus nooit meer een saai brood. Het is super makkelijk. Omdat ik wél vers brood wil maar er geen uren mee bezig wil zijn, maak ik altijd de ‘snelle variant’ met bakpoeder, maar als je meer tijd en zin hebt kun je ook desem of gist gebruiken.

Nodig:
500 gram speltmeel
1 of 2 zakjes bakpoeder
300 ml water
1 ei
Snufje zout
Olijfolie
Cake- of broodbakvorm

Verwarm de over voor op 210 graden en vet de cake- of broodbakvorm in met wat olijfolie

Je doet het speltmeel en de bakpoeder in een grote kom en mengt dit goed door elkaar. Dan strooi je het zout erbij en meng je alles nogmaals door elkaar heen. Het ei klop je even door het water heen en dit mengsel giet je bij het brood. Nu ga je het deeg goed kneden totdat het overal vochtig is. Als dit niet het geval is doe je er nog een beetje water bij. Je legt het deeg in de bakvormen en zet het in de oven. De eerste 10 á 20 minuten (afhankelijk van hoe bruin je de buitenkant wil hebben) op 210 graden, daarna verlaag je de temperatuur tot 190 graden en laat je het brood nog zeker 50 minuten staan. Als je het brood uit de oven haalt moet je het goed af laten koelen. Het liefst op een rekje. De eerste dag kan het brood nog wat sponzig zijn. Let op!: snij niet te dikke plakken, want het brood is machtig en heel erg verslavend.

Dit is dus de basis. Zelf eet ik eigenlijk nooit alleen het basisbrood, maar voeg altijd extra ingrediënten toe zoals olijven en zongedroogde tomaten of een handje rozijnen en noten. Ook vind ik het lekker om een rozijnen- of mueslibrood soms iets zouter te maken, waardoor er een groter contrast ontstaat. Deze ingrediënten kun je toevoegen samen met het zout, dus voordat je het deeg echt gaat kneden. Je kunt trouwens ook het ei weglaten of de helft van het gewone speltmeel vervangen met volkoren speltmeel. Eigenlijk kun je dus bijna alles doen wat je lekker lijkt en is het vooral een kwestie van proberen. Zolang je in het begin het basisrecept aanhoudt kan er weinig mis gaan.

Beeld: thinkstock