Blog: Ik was een jeugdcrimineel

jeugdcrimineel

Het was ook zo gemakkelijk. Daarom deden we het, denk ik. We kwamen soms met volle tassen thuis. Nergens stonden nog hekjes. Mijn nicht en ik struinden alle winkels af. Het gemakkelijkste waren de speelgoedwinkel en de drogist. Zo veel spullen en altijd veel mensen. Dan was een set stoepkrijt of een lipstick zo gejat. Het erge misschien was, dat ik nog niet eens op de middelbare school zat. Zo jong en al zo bedorven.

We jatten echt van alles. Eerst was het nog vooral speelgoed. Klein spul. Gummetjes, kleurpotloden, krijt, een baby-Barbie, knikkers, dat soort spul. Later, eenmaal in de brugklas, was het vooral make-up. Lippenstiften, oogpotloden, parfum (al weet ik niet of je Miss Sporty zo kunt noemen), nagellakjes… alles verdween in onze tas.

Weer wat later werden het sigaretten. Die lagen toen nog bij de kassa. Tijdens het boodschappen doen, gooiden we dan vier pakjes in ons wagentje, liepen verder en rekenden vervolgens maar twee pakjes af. Het was gewoon te gemakkelijk. Ook andere manieren om aan geld te komen, liet ik niet voorbijgaan. En let wel: mijn nichtje en ik waren echt niet arm. We kregen voldoende zakgeld, maar we konden er gewoon niet mee omgaan. Daarnaast gaf het een kick. Dat het nogal onfatsoenlijk was, nee, daar dacht ik niet bij na.

Mijn ouders spaarden zegeltjes van de benzinepomp. Een volle kaart leverde vijf gulden op en een pakje Marlboro was in die tijd nog vier gulden en negentig cent. Soms vonden we buitenlands geld in een laatje bij mijn tante en gingen we dat inwisselen. Mijn vader had een spaarpijp, waarin hij vijf gulden munten spaarde. De sleuteltjes van mijn dagboek paste precies op die pijp. Het kostte gewoon geen moeite.

Het veranderde toen ik een keer gepakt werd door de politie. Niet voor jatten, dat was nog wel het stomste. Nee, één keer liet ik me overhalen om mijn naam te schrijven op de muur van een openbare wc. Daar hingen dus camera’s. En ik moest mee naar het bureau en vervolgens naar HALT. Twaalf uur moest ik vervolgens afwassen in een verzorgingstehuis. Het was een wake-up call. Ik heb daarna nooit meer iets gejat. De politieagenten hadden indruk gemaakt, net als de straf van mijn ouders. Maar vooral het doodschamen: verschillende klasgenoten hadden mij in die politieauto gezien.

Ik werd een heel braaf meisje en dat ben ik nu nog. Laatst was ik met mijn zoon en dochter in het winkelcentrum. Ik ging kijken voor oorbellen. Mijn dochter van anderhalf zat in de buggy. Toen we even later op een terrasje wat dronken, zag ik wat blinken in de kinderwagen. Zonder dat ik het in de gaten had, was mijn dochter zo handig geweest een ring mee te grissen. Die had waarschijnlijk op de hoogte van haar grijpgrage handjes gehangen, toen ik met die oorbellen bezig was. Het was een lelijke ring, van vijf euro. En toch heb ik hem gehouden. Eenmaal bedorven…

beeld: 123rf