Blog Lisette: Houdoe!

Van de ene op de andere dag woonden we in Helmond. Op woensdag gooiden we al onze netjes in dozen gepakte bezittingen in een verhuistruck, installeerden we de konijntjes op de voorbank en reden we de 245 kilometer van ons ex-huis in Drachten naar ons huis-to-be in Helmond.

Je wordt geen leuker mens van verhuizen

Dat ging natuurlijk niet zonder hindernissen: op een kwartier van ons nieuwe huis kwamen we in een file die maar liefst een uur en een kwartier bij de reistijd optelde. Het werd donker, ik moest plassen en de broer van Lau stond voor de deur van ons nieuwe huis te wachten. Een urenlange uitlaadsessie volgde. In het begin lachte ik nog vrolijk naar de voorbijgangers die zogenaamd grappig op de stapel dozen afliepen en zeiden: ‘Ah, allemaal voor mij?’. Later werd het meer een grimas en nog een uur later wenste ik dat alle zachte weefsels in hun lichaam spontaan zouden smelten. Verhuizen is niet leuk en dat zal het ook nooit worden. Ik snap niet dat er nog mensen verhuizer van beroep willen worden. Ik zou 24/7 depressief zijn.

Hemelmond

Verhuisd zijn, daarentegen, is wel heel leuk. Woonden we eerst in een achterstandswijk die wel dicht bij de snelweg lag, maar verder nergens in de buurt; nu mondt onze voordeur zo’n beetje direct uit in de winkelstraat. Op zaterdag is er markt in de straat. De bibliotheek is op één minuut loopafstand van mijn huis, dus geen excuus om langer abonnementsloos te blijven. De bakker zit in mijn straat, dus hoera, vaarwel fabrieksbrood uit de ‘o shit is het al half vijf poep ik moet nog boodschappen doen en nu is er alleen nog kartonnen brood van twee weken geleden’-pauperbak van de Appie.

Nie niks nie

Maar het leukst zijn de mensen. Omdat ik nooit eerder in het zuiden des lands heb gewoond, kende ik ‘de Brabo’ alleen als typetje uit ‘Houdoe’ van de Vliegende Panters. De eerste keer dat ik na het afrekenen wegliep en als reactie op mijn ‘doei’ een welgemeend ‘houdoe’ kreeg, bezweken mijn knieën bijna van het lachen. Lau moest me snel de winkel uit trekken, omdat de arme caissière anders waarschijnlijk zou denken dat ik haar uitlachte. ‘Zei ze nou écht houdoe?’ giechelde ik.
Lau rolde met zijn ogen. ‘Je lachte toch ook niet zo hard toen iemand voor het eerst ‘moi’ tegen je zei in Groningen?’
Maar het allerbeste was het moment waarop een drogistmeisje tegen de klant voor mij oreerde: ‘Dan heb je dus mooi nie niks nie!’

Ontdozen

O Brabant, ik vind je nu al leuk. Het helpt ook dat het sinds we hier zijn komen wonen alleen maar zonnig herfstweer is geweest. En nu moet ik echt de laatste dozen gaan uitpakken, want vandaag wonen we hier al een week. De housewarming is gepland, de keuken is ingericht, het bed is in elkaar getikt. Dat is zo’n beetje het moment waarop je niet meer mag zeggen ‘we zijn hier net komen wonen, dus daarom staan er nog overal dozen in huis’. Handen uit de mouwen. O, enne, houdoe!