Blog Lisette: Laat me je even awkward begroeten

awkward

Toen ik laatst opbiechtte aan mijn schoonzusje dat ik de helft van de tijd doodsbang ben een sociale faux-pas te maken, trok ze verbaasd haar wenkbrauwen op.

‘Wie, jíj?’ Pas toen ik een kwartier lang had geprobeerd de flipperkast die mijn hoofd is aan haar uit te leggen, geloofde ze me. En toen was ik nog niet eens voorbij de eerste minuut van zo’n situatie gekomen, want begroetingen… Nou ja, daar ben ik gewoon best slecht in.

Code rood

Meestal weet ik me wel door sociale situaties heen te bluffen. Oogcontact? Doen we, ja hoor. Vragen stellen? Tuurlijk, ik ben best geïnteresseerd in andere mensen. Maar van binnen loeien alle sirenes. CODE ROOD! WE GAAN EEN NETWERKBORREL BINNEN. ALL SYSTEMS, DOE NORMAAL! EN IN GODSNAAM – KNUFFEL NIEMAND.

Knuffelkortsluiting

Dat ik niet goed ben in afscheid nemen, wist iedereen al. Maar hoi zeggen is minstens net zo moeilijk. Ergens in mijn hoofd zit een circuitje dat altijd kortsluiting maakt op het moment dat ik iemand moet begroeten. De ander buigt zich naar me toe om me drie zoenen te geven en – wham! – de stop springt eruit. Vaak geef ik de eerste zoen nog wel in de lucht naast iemands wang, maar daarna maak ik er (om redenen die niemand begrijpt) een knuffel van. Dat zorgt ervoor dat de ander een hap haar in zijn gezicht krijgt. O, en als hij pech heeft is zijn reactievermogen niet berekend op sociaal wispelturige types en zoent hij me ook nog per ongeluk op mijn oor.harry gif

Zoen, zoen, lik

Andersom komt het ook best vaak zo voor. Zo wilde ik eens een vriend-van-een-vriend uit Amerika begroeten. Ik ging voor drie Nederlandse zoenen, maar hij hield het na twee voor gezien. Toen hij zag dat ik opnieuw op hem afkwam, dacht hij dat ik de begroeting wilde afsluiten met een knuffel. Ik merkte dat halverwege. Het volgende gebeurde: ik deed mijn mond open om ‘aaah!’ te roepen (want ongemakkelijk kan altijd ongemakkelijker) en daarbij raakte mijn tong per ongeluk zijn oor. Ja, je leest het goed. IK HEB IEMANDS OOR GELIKT.

Op het nippertje verpest

In zeldzame gevallen schat ik de begroeting van de ander goed in en pas ik de mijne daar op tijd op aan. Het juiste aantal zoenen, helemaal prima. Dan nog kan het fout gaan. Ik loop bijvoorbeeld alsnog het risico dat ik A) de ander in het gezicht spuug bij woorden die een g, p, s of f bevatten, B) in iemands oor schreeuw, of C) een te krappe bocht maak en daarbij mijn gesprekspartner per ongeluk half op de bek pak.arrested gif

IK GA IETS DOEN

Laatst dreigde ik in zo’n ongemakkelijke begroeting verzeild te raken met iemand die net zo socially awkward is als ik. Gelukkig redde zij ons, door vastberaden te roepen: ‘Ik ga je zoenen!’ En ineens wisten we allebei waar we aan toe waren. Superhandig! Sindsdien pas ik deze aankondigmethode zo vaak mogelijk toe. Zelfs als je verschillende ideeën over de begroeting hebt (‘ik ga je een hand geven’ versus ‘ik ga je knuffelen’) is het alsnog niet ongemakkelijk, want je weet het van tevoren. Dus hé, hoi, ik ga je een knuffel geven!

Beeld: Getty images

25-jarige schrijfster van hysterisch vrolijke chicklit. Gek op felgekleurde kleding, konijnen knuffelen en wilde plannen maken. Chocolade is mijn drug.