Blog Lisette: Mijn vriend is vreemdgegaan

vreemdgegaan

Mijn vriend is vannacht vreemdgegaan.

Het is trouwens niet alsof hij zich ervoor schaamde. Zijn nieuwe vriendin – die ik nog heel vaag ken van de middelbare school – nam hij gewoon vrolijk mee naar huis. Hij was haar tegen het lijf gelopen in Eindhoven en van het een kwam het ander. ‘Lis, ik heb met [naam van de chick in kwestie] gezoend.’

Ik wist niet of ik boos, gekwetst of hysterisch moest doen, waardoor de emoties met zijn allen in de deuropening van mijn gezicht vast kwamen te zitten en mijn reactie vrij onverschillig overkwam. Misschien moedigde dat hem aan om eraan toe te voegen: ‘En we zijn verliefd op elkaar.’

Dat was het moment waarop ik besloot dat ik het huis uit moest. Wanhopig probeerde ik de konijnen te vangen, want die moesten natuurlijk met míj mee. Ik rende achter Whopper aan en deed een poging Twix in het reishok te duwen. Lau en zijn nieuwe chick moesten er alleen maar hard om lachen, terwijl ze allebei tegen de deurpost geleund stonden. Ik voelde hoe een bal van woede, onmacht en verdriet zich in mijn borst omhoogduwde. Tranen op mijn wangen, snot uit mijn neus, ademhaling alsof ik een marathon rende.

Toen werd ik wakker.

(Als je me persoonlijk kent, hoop ik echt dat je tot hier hebt gelezen voordat je besluit Lau op te bellen en hem de huid vol te schelden. Dit is hoe de Privé gevuld wordt.)

Dood of vreemd

Soms droom ik dat Lau doodgaat en dat ik hem zou kunnen redden, maar dat het me niet lukt. Dan hangt hij bijvoorbeeld in een ravijn en moet ik hem met één hand weer omhoog trekken (onbegonnen werk) of ligt hij in het ziekenhuis en moet ik naar hem toe met een levensreddend medicijn in mijn tas, maar loop ik onderweg fatale vertraging op.

Het klinkt misschien raar, maar dat soort dromen heb ik liever dan die sporadische droom waarin hij vreemdgaat. Gaat Lau dood in een droom, dan word ik huilend wakker en knuffel ik hem de rest van de dag plat (of bombardeer ik hem met ‘ik ben zo blij dat je niet dood bent!’-smsjes). Maar gaat hij vreemd in een droom, dan ontwaak ik pislink uit mijn nachtmerrie. Of nou ja, ontwáák…

Idioot

‘Wat ben jij een lul, zeg!’ Ik geef hem een por in zijn zij.
Lau schrikt op. ‘Wuh… Hè?’
‘Je hebt gewoon met [de vriendjesafpakster uit mijn droom] gezoend!’
‘Eh.’ Zijn ogen zitten nog half dicht.
‘En je bent verliefd op haar! En toen probeerde ik de konijnen te vangen en jullie stonden me uit te lachen…’ Ineens besef ik dat in mijn ‘herinnering’ het dakraam in de muur zat. En dat Whopper geen konijn was, maar een kat (alleen maakte dat niet uit, want ik wist dat hij een konijn was). En, misschien wel het belangrijkst, dat Lau dat nooit zou doen.
Hij kijkt me nog altijd wazig aan. Als hij net wakker is doet hij me altijd een beetje denken aan een verfomfaaid baby-uiltje. ‘Hè?’
‘Sorry. Ik ben zo’n idioot,’ mompel ik en ik nestel me weer tegen hem aan. ‘Nare droom.’
Hij slaat een arm om me heen en mompelt inmiddels alweer half in slaap: ‘Je bent mijn favoriete idioot.’

25-jarige schrijfster van hysterisch vrolijke chicklit. Gek op felgekleurde kleding, konijnen knuffelen en wilde plannen maken. Chocolade is mijn drug.