Blog: moeder zijn, onzeker zijn

Ik vond moeder worden doodeng. Ik was ervan overtuigd dat ik daar gewoon niet goed in zou zijn. Na de geboorte van de eerste overviel me een allesbehalve charmante onzekerheid. Ik durfde amper een fles klaar te maken. Sliep uit angst nooit met mijn rug naar de wieg. Ging op cursus bij het consultatiebureau om te leren wat een goede moeder zijn inhoudt. En elke keer was het antwoord zo simpel dat ik er niet in kon geloven: volg je gevoel, je kunt het echt niet zo snel fout doen.

Uiteindelijk was dat ook zo. Zolang de baby op tijd gevoed, geknuffeld, gebaad en verschoond werd, was er niet zo veel aan de hand. Toch bleef ik onzeker. Sommige vrouwen hebben van nature die moederlijkheid. Dat zijn meestal vrouwen die met ieder klein kind direct contact maken. Ik raakte altijd een beetje in paniek van baby’s voordat ik zelf moeder werd.

Na de geboorte van de tweede kwam er wat meer rust en minder onzekerheid. Wat betreft nummer twee dan, want bij nummer één blijf ik onzeker. Eerste keer kinderdagverblijf was peentjes zweten, net als de eerste keer op de peuterspeelzaal. Nu zit ze op de kleuterschool en komt ze thuis met resp. nieuw aangeleerde scheldwoorden, verhalen over kinderen die haar in haar buik slaan en oh ja, ook met vriendinnetjes die hier dan moeten spelen. Leuk voor mijn oudste. Spannend voor mij. Want hoe ga ik het beste met al die situaties om? Ja juist: volg je gevoel.

Vandaag was ik dan ook voor het eerst echt trots op mezelf. Mijn jongste kampt al een tijd met een moeizame ademhaling. Met de oudste hebben we al een heel traject afgelegd van buisjes, geknipte neusamandel en uiteindelijk werd ze ook aan haar keelamandelen geopereerd. Een traject waarbij ook het afschepen door huisartsen hoorde en een zeer intensief logopedisch proces. De duur hiervan verweet ik lange tijd mezelf. Ik had tenslotte naar de huisarts geluisterd in plaats van naar mijn (steeds meer ongeruste) gevoel.

Vorige week was ik bij de huisarts. Jongste dochter A2 stopt ’s nachts af en toe zo’n vijf seconden met ademhalen. Ademt ze wel, dan is het piepend, zagend, snurkend en hijgend. Het werd erger na de griep die ze kreeg begin deze maand. De huisarts stuurde me weer naar huis, ondanks de forse keelamandelen. Er was toch niks aan te doen. Tja, zeg dat tegen een moeder die elke nacht naast dat ledikantje staat te luisteren.

Ik forceerde een afspraak bij de KNO-arts. Die meteen ongerust werd. Die ons vertelde dat er wel degelijk reden was om snel te opereren. Die zei: ‘Het is een moeilijk geval, ik vraag me nu af wat ik zou doen als het mijn dochter was.’ En ik wilde haar wel zoenen. Eindelijk viel er een last van mijn schouders. Ik had naar mijn gevoel geluisterd. Eerlijk gezegd kon ik mezelf ook wel zoenen.

CC foto: tomenkatrien