Blog Sophie: Dag lieve oma

Oma wilde niemand meer zien op het laatst, alleen haar twee zonen. Ze was altijd erg trots geweest op haar uiterlijke verschijning. Niks geen grijs haar op haar 98ste, nee, trouw elke zaterdag naar de kapper.

Als de verzorgsters waren geweest, kwam meteen haar toilettasje tevoorschijn. ‘En nu de boel opkalefateren,’ zei ze dan. Lippenstiftje op, wenkbrauwen tekenen, hier en daar een lijntje en natuurlijk ook wat blush op de wangen. Maar nadat ze uit het ziekenhuis kwam,zelfs toen ze 99 jaar werd, had ze daar geen puf meer voor. En dus wilde ze ook niemand meer zien.

Geen fijn gezicht

Ik vond dat moeilijk, want ik wilde haar nog wel zien. Maar ja, de wens van een stervende dient men te respecteren toch? Ik dacht veel aan haar, stuurde kaartjes en ja, daar bleef het eigenlijk bij. Mijn moeder en oom waarschuwden me ook. Ze was in korte tijd zo veel afgevallen, dat het ook geen fijn gezicht was. Het voelde alleen niet goed.

Dus toen mijn vader belde om te zeggen dat het slecht ging met oma en dat hij er meteen heenging, informeerde ik voorzichtig of hij het fijn vond als ik ook kwam. En gelukkig was dat zo. Ik sprong in de auto, in de veronderstelling dat het een kwestie was van een paar minuten. Bij aankomst bleek ze gelukkig nog te leven. Ik kwam binnen en door alle voorbereidende woorden, was ik huiverig haar aan te kijken.

Nog altijd oma

Maar het was helemaal niet akelig. Het was gewoon nog altijd oma. Met een kilo of vijftien minder, dat dan weer wel. Ze lag in een bed in de woonkamer, de ogen gesloten, zwevend tussen het hier en nu en het hiernamaals. Ik sprak haar aan en heel even gingen haar wenkbrauwen omhoog. Ik hoop dat dat was omdat ze mijn stem herkende.

De hele dag bleef ik bij haar. Af en toe was ik zelfs even alleen en kon ik haar vertellen hoe ontzettend veel ik van haar hield en hoe mooi de herinneringen waren die ik aan haar had. De sfeer was zo gewoon, zo normaal, zo vertrouwd, dat ik op een gegeven moment zelfs tegen haar zei: ‘Het is bijna gezellig hè oma.’

De cirkel is rond

Ik lakte haar nagels nog. Knalrood. Zoals zij ook altijd trouw had gedaan. Ik depte haar mond en smeerde wat vaseline op de mondhoeken. Vertelde dat ze mocht gaan, dat het goed was. Dat ze zich niet bezwaard hoefde te voelen dat ik er was. Ze had mij vroeger gewiegd en vastgehouden en nu deed ik dat bij haar. De cirkel is rond, zei ik, en zo hoort het ook.

Even voor zevenen ging ze plotseling onregelmatig ademen. Mijn vader en ik zaten naast haar en ik pakte haar handen. Ga maar oma, zei ik en even later ging ze. Ze werd opgehaald en ik tilde haar mee de brancard op. Gisteren ben ik bij het uitvaartcentrum geweest om haar mooi te maken voor in de kist. Ik deed natuurlijk een lippenstiftje op en tekende haar wenkbrauwen. Ook de haren gingen nog voor één keer in de krul.

En nu pas komt het besef. De dagen voor haar dood, wilde je eigenlijk dat ze ging. Er was geen kwaliteit van leven meer. Het was een lichaam waarin alleen het hart nog klopte. Dus mocht ze gaan. Maar nu denk ik: nee, was toch nog maar gebleven. Want zowel mijn hoofd als mijn hart kunnen nog niet begrijpen dat ze voor altijd weg is. Mijn dochter zei vanochtend: nu ligt ze in een schatkistje. Maar voor mij was ze de grootste schat op aarde.