Blog Sophie: Mank

sophie

Mijn middelste dochter loopt mank. Sinds een maand of twee staat haar rechtervoet zodanig naar binnen dat ze amper kan lopen en veel pijn heeft. Gelukkig maar dat er niks aan de hand is.

Het was me al wel opgevallen, maar heel ernstig leek het niet. Haar voetje stond altijd al een klein beetje naar binnen. Een gevolg van vroeg beginnen met lopen, dacht ik zelf. En daarnaast had mijn tante gezegd dat haar zoon ook lang zo liep en dat het ineens overgegaan was. Oh, dan.

Maar het werd erger. Ze struikelde letterlijk over haar eigen voeten. Haar linkervoet bleef haken achter het rechtervoetje dat inmiddels 45 graden naar binnen stond. Dus naar de huisarts. Die nam het serieus. Hij keek en voelde. Was verbaasd over de hypermobiliteit van mijn dochter. En verwees ons door.

Twee jaar

Ook in het ziekenhuis werd er serieus gekeken. Eerst naar het lopen, toen naar het rennen. Vervolgens onderzoek op de bank. Benen naar buiten en naar binnen. Daarna een röntgenfoto en weer terug naar de kinderorthopeed. We waren blij: wat een snelle hulp. Meteen de uitslag bekijken: top!

Op de foto was niks te zien. En dus mochten we naar huis. Kom over twee jaar nog maar eens terug. De arts stond al op en ik zat haar nog met open mond aan te kijken. Hoezo, kom over twee jaar maar terug? Ze hinkt, struikelt, valt, heeft pijn en ontlast dat ene voetje. Hoezo dus?

Enige assertiviteit zou op z’n plaats geweest zijn. Ik kon echter alleen maar ‘ja maar’ uitbrengen. ‘Ja, maar ze heeft toch pijn?’ en ‘Ja, maar ze heeft er toch last van met lopen?’, maar ook mijn man en kind stonden al buiten de wachtkamer en aangezien ze er echt overheen zou groeien, liep ik maar mee.

Moe

Ik was er niet gerust op. De leidsters op het kinderdagverblijf stonden ook perplex. Vrienden die hier komen, geloven de diagnose niet. Je moet echt naar de orthopeed, wordt er gezegd. Maar ja, daar ben ik al geweest.

Om wat serieuzer genomen te worden, wachtte ik een paar weken af. Weken waarin de klachten erger werden. Een wandeling zit er niet meer in, want ze houdt het niet vol. Ineens slaapt ze ook ’s middags weer, wat ze al een jaar niet meer deed. Doodmoe is ze.

Vanochtend gingen we weer terug naar de dokter. We kregen er één in opleiding. Hij zei: “Dus u bent bij de kinderorthopeed geweest. Die zei dat er niks aan de hand is en u denkt het beter te weten dan de arts?” Eh, ja dus. Want mijn hele gevoel zegt dat er wel iets aan de hand is.

Pissig

Ik mocht zelf bellen naar het ziekenhuis, want zij gaan mij verwijzen blijkbaar. Zojuist heb ik opgehangen. Resultaat: eerst een telefonische afspraak met de kinderorthopeed. Als zij het nodig vindt, op consult. Als zij het beter vindt om door te verwijzen, gebeurt dat. Zo niet, weer terug naar de huisarts voor een verwijzing naar een ander ziekenhuis. En ik knik maar braaf en sta niet op mijn achterste poten. Ik hoop dat ik door de procedure te volgen, serieus genomen word.  Tegelijkertijd ben ik pissig: er is iets aan de hand. Mijn dochter heeft dagelijks pijn. En ik heb het gevoel dat ik daar nu over moet gaan onderhandelen. En ergens klopt dat toch ook niet.

Foto: Heidi Wils