Blog Sophie: Oma is ziek

oma is ziek

Een minimensje. Een erg mager minimensje. Zoals ze daar zat in haar vieze nachtjapon met een mok koude koffie. Het brak mijn hart. Haar haren, normaal gesproken geverfd en strak in de krul, staken alle kanten uit. Haar gezicht was bleek, haar ogen hol. Geen rouge, geen rode lippenstift, geen oogschaduw. Zelfs haar nagellak was aan het afbladderen. Naast haar zat een vrouw die al een uur aan het verband aan haar been zat te pulken. Verder was er niemand.

Oma, bijna 99, vond zichzelf nog heel kwiek. Het duurde ook heel lang voordat ze de rollator accepteerde. Dat was voor oude mensen, vond ze op 85-jarige leeftijd. Oma hield alles bij. Zo las ze nog altijd de Nieuwe Revu bijvoorbeeld. Geen vrouwenbladen, nee. Hooguit bladerde ze de Plus nog even door. Nee, oma hield van het nieuws. Houdt van het nieuws, moet ik zeggen.

Mercedes

Ja, ze leeft nog. Ik weet alleen niet hoelang nog. Ze zit op de afdeling geriatrie. Gisteren was ik er met mijn oudste dochter. Ik vroeg wanneer ze naar huis zou mogen. “Dat zeggen ze niet,’ zei mijn oma. Ze is nog maar een schim van wie ze was. Ze draagt een luier, maar weigert daarin te plassen. Ze zal en moet nog naar de wc schuifelen, met haar infuus aan de rollator. Die ze overigens niet als zodanig herkent. Nee, zegt ze, als ze eenmaal thuis is, kan ze weer vooruit. Daar heeft ze haar ‘Mercedes’ staan, zegt ze. Ja, precies dezelfde rollator die nu naast haar staat.

Toen ze werd opgenomen, was ze ook al zo in de war. Ze wilde telkens weten wanneer ze nu naar het ziekenhuis zou gaan, terwijl ze daar al de hele dag was. Geen goed teken. Ik had het ook erg moeilijk. Ze is altijd de oma geweest die alles bleef doen. Ik herinner me nog dat ik bij haar achterop de fiets zat, met mijn voeten in haar fietstassen. En als het regende gingen we samen met de bus. Naar de stad, naar het safaripark, naar een vriendin van haar. Ik sliep er geregeld, gezellig samen bij haar in bed. En als ontbijt aten we toastjes met roomkaas.

Kapper

oma Voor mijn dochter is ze ook een oma. Eén van de vier die ze nog heeft. Mijn dochter schrok niet toen ze haar zag. Vrolijk vroeg ze: ‘Ben je naar de kapper geweest, oma?’ Want zij zag niet het pluizenbolletje, zij zag een nieuw kapsel. Mijn oma knikte. Ja, naar de kapper gaat ze elke week. Ik werd er treurig van. Zaterdag zou ze naar de kapper gaan, maar werd ze in haar badkamer gevonden. Ze was gevallen en had er de hele nacht op de koude vloer gelegen in haar eigen… ach, laten we het een beetje waardig houden.

Ze is al bijna 99. Ze heeft een mooi leven gehad. Dat zegt iedereen. En toch, en toch…ik wil dat ze weer beter wordt, dat ze de 100 haalt. Ik wil dat ze weer vrolijk roept dat we veel moeten knuffelen. Dat ze voor het raam staat te zwaaien, nadat we bij haar op bezoek zijn geweest. Dat we weer net zo kunnen lachen als we altijd deden. Ik vrees het ergste. En hoop op een wonder.