Blog Sophie: Zussennijd

zussennijd

A2 was jarig. Ze werd twee. Voor ons was dat erg leuk en voor A2 zelf ook wel. Er was echter één klein persoontje dat het daar helemaal niet mee eens was. En dat was A1. Ze probeerde al het speelgoed te pakken te krijgen, voordat het überhaupt was uitgepakt. Ze duwde A2 weg. Ze zei dingen als: “A2 is nog maar een minibaby en ik ben hééééél groot.” En vervolgens ging ze keihard staan gillen.

Ik moet altijd wel lachen. A2 is nogal een handvol, zeg maar. Ze maakt erg veel geluid (ze heet niet voor niets de Misthoorn of de Vrolijke Sloper) en heeft energie voor zes. Ze stuitert eigenlijk alleen maar. Ik krijg dus vaak te horen dat ik het nog met haar te stellen krijg. Ik vind dat erg meevallen. Ja, dat luide en dat drukke, tja, daar hebben andere mensen vaak meer last van dan ik. Ik ben ook nogal aanwezig. Voor mij is mijn oudste juist een uitdaging.

Belonen

zussennijd

Ze lijkt erg op vader. Ze is een binnenvetter. Ze laat nooit het achterste van haar tong zien. Van straffen of belonen is ze niet erg onder de indruk. A2 wel. Die hoef ik maar in de hoek te zetten en de spijtbetuigingen vliegen me om de oren. A1 gaat dan vaak net weer een stapje verder. En nu was ze helemaal niet te genieten.

Ik maakte me zorgen. De opvoeding is toch vaak een afspiegeling van wat de ouders doen. Deed ik het dan zo verkeerd? Had ik haar te veel verwend? Waarom gunde ze het haar zusje niet dat ze jarig was? Vriendinnen lachten me recht in mijn gezicht uit. Nee, joh, dat was bij hun niet anders. Zussennijd was het simpelweg.

Broertje

Tja, wist ik veel. Ik heb één broertje en hij is twaalf jaar jonger. We zaten zeg maar niet bepaald in elkaars vaarwater wat betreft cadeaus. Ik kon juist profiteren, want dankzij hem, vierden we nog acht jaar langer Sinterklaas. Wij hadden geen ruzie over wie er met de pop mocht spelen of wie met de viltstiften mocht kleuren. Ik paste vaak op en hij past nu op mijn kinderen. Mooi dus.

Mijn echtgenoot, GL, wist het nog wel: hoe hij en zijn anderhalf jaar jongere broer vaak ruzie hadden op verjaardagen. Hoe ze elkaars speelgoed afpakten. Hoe ze elkaar lieten struikelen, of elkaar pestten met de knuffel waar de een ’s nachts nog mee sliep. Mij was dat volledig onbekend.

Mannetje staan

Vandaag was ik voor de jongste, C3, bij het consultatiebureau. Ik vertelde van het gedrag van de oudste. “Tja,” zei de verpleegkundige, “A1 is ineens de grootste. Ze zit op de kleuterschool en moet daar toch haar mannetje staan. De baby is te lief, dus is A2 de klos. Ze moet zich op iemand afreageren.” Daar stond ik van te kijken: weer wat geleerd.

Daarom gaan we volgende week een dagje met alleen A1 weg. Niet om haar te belonen voor haar gedrag, maar om haar te laten voelen dat er ondanks twee zusjes nog altijd heel veel plek in ons hart is voor haar. Want ze is en blijft de oudste, maar zal altijd onze eerste dochter zijn.

Beeld: eladora / 123RF Stockfoto