Blog Sophie: Moeders tegen moeders

moeders tegen moeders

Het was de laatste tijd voor mij al een behoorlijke prestatie als alle kinderen schoon, aangekleed en gevoed waren. Dat het in het huis een enorme teringbende was, tja, dat was nu eenmaal zo. Ik zag er het nut niet van in om de flessen in een kast te zetten als ik die om de vier uur weer nodig had, en door de hele woonkamer slingerden luiers, doekjes en verkreukelde, maar gestreken was (dit laatste omdat ik maar geen tijd leek te hebben de strijk naar boven te brengen en mijn twee oudste dochters de mand liever gebruikten als bootje. En dat is inderdaad veel leuker!).

Toen kreeg ik een vriendin op bezoek. We stonden in de keuken. Ze keek om zich heen en mompelde: ‘Wat hebben jullie toch veel spullen.’ Het was net alsof ik ontwaakte uit een soort babycoma. Ik weet niet of meer vrouwen dat hebben, maar mijn hoofd is gevuld met watten. Babywatten, denk ik. Het was al erg na de geboorte van de eerste, maar nu ik er drie heb, lijkt ook driekwart van mijn hersenen altijd bij de kinderen te zijn. Dat deel houdt flestijden bij, maar geeft ook andere signalen als: gymspullen wassen, boeken terugbrengen naar de schoolbieb, fruit geven, vitamine D niet vergeten, de thermometer ontsmetten enzovoort.

Persoonlijke hygiëne

Ik heb dus nog maar een kwart over voor mezelf. Het gevolg is dat ik vriendinnen vergeet terug te bellen, altijd één boodschap vergeet in de supermarkt, soms zelfs mijn persoonlijke hygiëne in het geding komt (wanneer kan IK in GODSNAAM douchen), en dat mijn huis inmiddels in aftakelende staat verkeert en eigenlijk een ontsmettingsteam niet zou misstaan. Door die opmerking van die vriendin zag ik het zelf ineens ook.

Ze bedoelde het niet zo, maar de dag erna ging ik aan de slag. De keukenplanken opruimen, zodat er alleen nog maar leuke blikken met muesli, bloem en pasta staan, in plaats van allerlei prullaria variërend van medicijnen voor de hond tot speldjes en een verzameling paperclips in een eierdopje. Ook de keukenlades moesten eraan geloven. Achteraf was ik half dood, maar zeer trots.

Alleen die tuin…

moeders

Een dag later was ik zelf bij een vriendin. Haar keukenblad stond ook vol. Een kastje miste een deur, waardoor te zien was dat zij niet echt van het indelen-op-soort was. Tussen de chipszakken lagen keukenhandschoenen en op het aanrecht zelf vochten theelepels, kruidenpotjes en de tv-gids om een plekje. Ik dacht ook niet na, toen ik opmerkte: ‘Heb jij soms een hekel aan deze keuken?’

Gisteren was ik er weer. De keuken blonk. Op het aanrecht stonden alleen nog een koffieapparaat en twee theelichthouders. Ik complimenteerde haar, wat haar het recht gaf mij eens flink uit te foeteren. ‘Ja, kutje,’ zei ze liefjes, ‘je ging gewoon in mijn hoofd zitten. Diezelfde avond heb ik mijn hele keuken staan poetsen.’ Ik moest eigenlijk wel lachen. Bij mij was precies hetzelfde gebeurd. Dus had ik het langs me heen moeten laten gaan, toen ze vervolgens liefjes opmerkte: ‘Jouw huis ziet er toch best opgeruimd uit? Alleen die tuin, ja en die tafel…daar gaan mijn handen van jeuken.’ Diezelfde avond… ja inderdaad.