Blog Zimra: Het leed dat paskamers heet

paskamer

Van de week ben ik weer eens gezellig een middagje gaan shoppen. Ik kwam echter thuis met lege handen.

Ik had mezelf namelijk voorgenomen om m’n kleding niet meer thuis te passen. Vaak staan er mega lange rijen en weet je op voorhand al dat passen in zo’n k*thok meestal super vervelend is, dus neem je het maar mee naar huis zodat je daar kunt kijken of het leuk staat.

Uitstellen is afstellen

Eenmaal thuis blijkt het kledingstuk dan toch niet te passen, of het staat gewoon niet mooi. Met als gevolg dat het ook thuis blijft liggen, want ik stel het terugbrengen uit of ik vergeet het weer. Zodoende heb ik dus redelijk wat kleding in mijn kast hangen of aan vriendinnen gegeven, die ik eigenlijk had moeten ruilen/terugbrengen.

Met deze achterliggende gedachte was ik deze week dus maar alles netjes gaan passen. En daar had je het weer: ‘Ok, hoe kan ik nou weer tien kilo zijn aangekomen sinds ik deze winkel ben binnengestapt… Hoe?!?’

10x meer cellulitis

Waarom is het altijd zo dat je in paskamers tien kilo zwaarder lijkt te zijn, tien keer meer cellulitis lijkt te hebben en tien keer bleker eruitziet? Ik raak er altijd zo van in de war! Want wie vertelt me nu de waarheid: mijn spiegel thuis of de spiegel in de paskamer? Hoe kan ik er thuis zo superfabulous uitzien en hier altijd supercrappy?

Het heeft er in mijn geval dus voor gezorgd dat ik tóch maar alles heb teruggehangen en snel de deur ben uitgelopen, waar je dan gelukkig ook gelijk weer tien kilo van afvalt… Een magische deur, ja.

Aangezien dit een vrij herkenbaar probleem is, vraag ik me toch af waarom al die winkels niet eens investeren in een stiekeme afslankspiegel met betere, flatteuzere verlichting. Bij mij zou dat in ieder geval waarschijnlijk resulteren in véél meer kopen dan mijn bedoeling was, in plaats van dat ik half depressief de winkel weer uitwandel.