Boekrecensie: De kraai

Volgens mij heb ik in mijn kast wel vijf Boekenweekgeschenken staan. Maar ik heb ze niet gelezen. Ik heb mijn Boekenweekgeschenken alleen gebruikt als treinkaartje. Daar moest maar eens verandering in komen. Kader Abdolah schreef dit jaar De kraai, en ik las het.

Gerecyclede openingszin
Hoofdpersoon is Refiq Foad, maar dat is niet zijn echte naam. Het pseudoniem ontstaat als hij een Perzische verhalenbundel uitgeeft over Koerdistan. Maar nu is hij Nederlander, getuige de eerste zin: “Lezer! Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht no. 37.” Dit is ook de openingszin van Max Havelaar (dit heb ik trouwens ergens gelezen, zelf wist ik het niet). Het is een van de favoriete boeken van zowel hoofdpersoon als auteur, en zo is het mogelijk dat een Perziër – normaal toch meer van het theedrinkende soort – in koffie handelt.

Alles is al geschreven
Refiq Foad heeft veel waardering voor het geschreven woord en de schrijvers die hem voorgingen. Maar hij voelt in zijn jonge jaren ook wanhoop: “Als ik naar al die boeken kijk, verlies ik de moed. De meesters hebben al over alles geschreven, ze hebben geen ruimte aan mij overgelaten. Wat ik ook schrijf, ik blijf altijd in hun schaduw staan.” Uiteindelijk moet hij naar Nederland komen om echt schrijver te worden. In het Nederlands, geïnspireerd door de Nederlandse grootmeesters, die hij in dit boek dan ook veelvuldig citeert.

Feit en fictie
De kraai is geen volledig feit, maar zeker ook geen volledige fictie. Ik geloof dat het meeste waargebeurd is, al zullen er verschillen zijn tussen auteur en hoofdpersoon. Maar ook Abdolah had ooit een andere naam en ontdekte zijn pseudoniem toen hij clandestien zijn eerste boek publiceerde, ook Abdolah vluchtte uit Iran, kwam in Istanbul terecht en verbleef daar een halfjaar in de hoop op een visum voor Rusland dat hij uiteindelijk niet kreeg, ook Abdolah ging naar Nederland en werd hier schrijver. (Dit alles valt te lezen in het geschenkboekje dat de bibliotheek deze week aan de minder bevoorrechte lezers geeft.)

Het is nu eenmaal niet dikker
Kader Abdolah vertelt in NS-blad Spoor dat hij zich niet bijzonder aan het Boekenweekthema (Geschreven portretten) heeft gehouden, maar dat hij wel thematiek terugziet in De kraai. “Het is een autobiografie van immigratie, dus ook van mij.” Hoewel ik denk dat het meer over Abdolah zelf gaat dan hij toegeeft, is dat niet erg. Wel problematisch is dat hij te veel ideeën en verhalen in negentig pagina’s wil proppen. Ik weet, het Boekenweekgeschenk is nu eenmaal niet dikker, maar Refiq Foad maakt in een paar uurtjes leestijd wel een heleboel mee. Soms herkenbaar (ook ik ruik altijd aan het papier van een nieuw boek), soms mooi (er zitten liefdevolle beschrijvingen in van vrouwen en landschappen), maar uiteindelijk vooral veel. Toch voldoet het prima als kennismaking met Kader Abdolah. Ik hoop dan ook wel dat zijn nieuwe roman, die ook net verschenen is, beter gedoseerd is.

© Beeld: CPNB