Boem

Dat kan hij toch niet menen? Hij heeft ons toch gezien? We zijn met minstens dertig. Wat doet hij dan nu?

Dat dacht ik toen ik zag dat de auto die naast mij reed ineens zijn richtingaanwijzer rechtsaf liet knipperen. Rechts? In de anderhalve seconde voordat ik tegen de auto knalde, had ik gek genoeg nog alle tijd om aan de gevolgen te denken.

Die ga ik niet meer ontwijken.
Ik stuur maar een beetje mee.
Hoe hard zou de klap zijn?
Als ik maar niks breek.

Achter me schreeuwde Bas.

Mijn fiets viel, mijn elleboog raakte de grond en daarna hoorde ik de doffe ‘pok’ van mijn helm op het asfalt. De auto reed door.

Mijn vrienden stonden om me heen. ‘Waar heb je pijn? Kun je staan?’ Ik strompelde richting een boom. Bloed uit mijn elleboog. Inmiddels had Pieter de automobilist tot stilstand gemaand. De man stond geschokt tegenover me. Hij had me echt niet gezien.

En zo eindigde de Jan Janssen Classic in het Rijnstate ziekenhuis. En ik met een scheurtje in mijn elleboog. Inmiddels zijn we bijna twee weken verder, en ik kan weer met twee handen typen. Tandenpoetsen is nog lastig, net als andere draaibewegingen met mijn linkerhand. Maar ik heb mazzel gehad. Volgende week mag ik weer op de fiets zitten. Voor hetzelfde geld had ik mijn hele elleboog gebroken, en was het nu einde seizoen.

Ik ben een mazzelaar. Maar god, ik was blij dat ik een helm droeg.