Bonje met de buren

M en ik zijn eind vorig jaar verhuisd en het duurde niet lang voordat we in de gaten hadden dat een verre vriend in deze buurt waarschijnlijk een stuk beter is.

De buren aan onze rechterkant zijn fantastisch. Je hoort ze niet, ze maken nooit problemen, ze zijn werkelijk niemand tot last. Dat heeft waarschijnlijk wel wat te maken met het feit dat het huis rechts van ons leegstaat, maar dat mag de pret niet drukken. De buren aan de linkerkant, daar hebben we wat meer mee te stellen.

Potige Amsterdammer
Het is een interessant stel om te zien. Hij een kleine potige Amsterdammer, met een norse kop, een oorbelletje en een lijf vol tattoos en zij een hoog geblondeerd tantetje met zestien lagen make-up en knalroze lippenstift. Toegegeven, ik wist niet al mijn vooroordelen te onderdrukken toen ik dit fantastische stel voor het eerst zag, maar je moet alle relaties een kans geven, zeker die met je buren, want daar moet je het als het goed is wel even mee uithouden.

Het duurde welgeteld één dag in ons nieuwe huis totdat we getuige mochten zijn van één van hun spraakmakende ruzies. Met een plat Amsterdams accent werd de ene verwensing naar de andere  geventileerd, en via de dunne muurtjes van ons nieuwe huis konden we daar heerlijk van meegenieten. Los van het feit dat we er direct wat nieuwe woorden bij leerden, dachten we er niet zoveel van, immers, iedereen heeft wel eens ruzie. Toen het de dag daarna weer raak was, en de dag daarna nog een keer, en dus al snel zou blijken dat dit gezellige tweetal elke dag zo met elkaar omgaat, werden we wat minder enthousiast.  Inmiddels heb ik de neiging om, om 2 uur ’s nachts, wanneer Theo en Thea elkaar de huid weer eens volschelden op de muur te bonken en te schreeuwen ‘gaaa dan uit elkaaaahaaaaaar!’, maar dat blijft vooralsnog fantasie.

Frans Bauer door de muren
Gelukkig maken ze niet alleen maar ruzie. Sjonnie en Anita houden namelijk ook enorm van muziek. Bij voorkeur op zondagochtend om een uur of 7, wanneer je ‘Heb je even voor mij’ van Frans Bauer door de muren hoort tetteren. Stiekem vind ik dat soms best nog gezellig hoor, maar niet nadat de buurvrouw tot diep in de nacht zestien pogingen heeft gedaan om ‘I will alwees lof joe’ van Whitney Houston te zingen. Echt, alsof er varken wordt afgeslacht: ‘And aaaaaaaaaaaaaaaaaaai’. Er zijn dagen dat ik oprecht verwacht dat Frans Bauer niet alleen door de muren komt, maar ook nog ergens met een camera om de hoek staat, hopende dat dit allemaal een enorme grap is.

Maar het kan nog wat gênanter. Dit weekend hebben we het terras schoongespoten en de buurman kwam mopperen dat er wat modder tegen zijn auto was opgespat (wat overigens niet het geval was). We boden hem aan om zijn auto even mee te nemen in het spuitfeest, maar daar kwam geen reactie op. Stond Bolderbast om 5 uur ’s avonds ineens aan de deur. Hij wilde een tientje hebben voor de autowasstraat.

Slaan!
Het viertal dat ik op visite had moest ik nog net niet vastbinden om te voorkomen dat ze mijn lieve buurman alle hoeken van de straat lieten zien. De een had nog beter advies dan de ander. ‘Gewoon morgen weer spuiten en zorgen dat er lekker veel modder opspat’ en ‘Een mooi moment om die balken van hem die boven de schutting uitsteken terug in zijn tuin te flikkeren’.

Ik begreep het allemaal wel en natuurlijk borrelde diep in m’n binnenste ook het verlangen om de buurman het leven zuur te maken, met z’n asociale gedrag. Wat ik heb gedaan? Ik ben naar de deur gegaan en heb Linke Loetje een briefje van tien gegeven en hem een hele fijne dag gewenst. Er zijn twee partijen nodig om te vechten en wat begint met niet bestaande opspattende modder, eindigt al snel in iets veel ergers. Ik heb twee kleine kindjes rondlopen hier in huis en ik steek m’n energie liever in mensen die het wél waard zijn.

Of ik mijn buren iets toewens? Absoluut. Karma, vrachtwagenladingen vol. Maar dat regelt het leven wel voor me.

Beeld: carlosphotos / 123RF Stockfoto