Op mijn bucket list

Het is zondag en ik sta achterstevoren op een piepklein randje op honderd meter hoogte. Met mijn billen strakgespannen in een klimgordel sta ik met mijn rug naar de stad waar ik zo van houd: Rotterdam.

“Laat je maar zakken”, zegt de vrij knappe instructeur. Ik verklaar hem voor gek. Ik sta inmiddels horizontaal op een randje en ik moet me nog verder laten zakken?! Ik kan mijn benen niet stilhouden en ik geloof dat ik nog nooit zo bang ben geweest als nu. Abseilen van de Euromast, een verrassing van mijn beste vriendin die een paar meter beneden mij hangt.

Ik loop stapje voor stapje over het glas van deze enorme toren. Achter het glas genieten mensen van een heerlijke high tea en het onwaarschijnlijk mooie uitzicht. Ze lachen. Ik niet. “Had je dat niet als verrassing kunnen regelen?! Een high tea op honderd meter hoogte.” Ze lacht en ik roep dat ik het haar nooit vergeef. Ik schijn ooit eens gezegd te hebben dat abseilen van de Euromast op mijn ‘bucket list’ staat. Ik was het vergeten. Mijn bucket list ook.

Ik hang even stil en kijk om me heen. Mijn leven hangt nu letterlijk aan een draadje. En dat voelt, hoe bizar ook, best wel te gek. Ik zie de school waar ik mezelf verloor, het huis van mijn ex waar ik mezelf probeerde terug te vinden – niet gelukt – en de club waar ik vaak de weg verlies.

Als ik na twintig minuten weer met mijn beide voetjes op de grond sta, geef ik mijn beste vriendin een kus. Vol adrenaline en blij dat ik nog leef; blij dát ik leef, blij dat ik voel dat ik leef.