Blog Sophie: Buitengesloten door mijn eigen dochter

Soms heb je geluk. Dan gaat er net iets niet mis. Zoals afgelopen weekend. Mijn hart zat in mijn keel, het zweet brak me uit, maar het liep goed af. Met de kindjes dan. Ik had wat meer tijd nodig om tot mezelf te komen.

Soms gaat het wél mis. Soms moet je eerst iets meegemaakt hebben, voordat je weet dat iets gevaarlijk is, of gewoon stom. Zoals die ene keer, dat oudste dochter A1 in het fietsstoeltje zat. Ze was al anderhalf en kon dus behoorlijk bewegen. Ik dacht echter dat een mamafiets zo gemaakt was dat een fietsstoeltje plus kind stabiel stond. Ook als ik de fiets niet vasthield. Dat was dus niet zo. Een paar stappen gezet en hup, daar ging de fiets. Even later zat ik bij de huisartsenpost waar het gat in haar hoofd gehecht mocht worden. Nooit meer liet ik haar alleen in het fietsstoeltje zitten.

Buitengesloten

Of die andere keer, toen dochter A2 net geboren was en ik A1 na het boodschappen doen alvast binnen zette om daarna haar kleine zus uit de auto te pakken. Dat leek me praktisch. Ja. Totdat ze de deur voor mijn neus dichtsmeet en mijn sleutels al binnen lagen. Juist. Buitengesloten. De buren kwamen helpen en A1 was zelfs heel slim om mijn sleutels aan te geven via de brievenbus. Ze wilde zelfs nog meer helpen en deed vervolgens de dievenklauw erop. Die toen nog op haar hoofdhoogte zat. Ja. Inderdaad. Gelukkig kon de buurman het slot met de slijptol openmaken. Sindsdien heb ik mijn sleutels altijd nog bij me en zit de dievenklauw hoog op de deur.

Weggelopen

Dit weekend moest echtgenoot GL echt weg. Hij moest namelijk mijn verjaardagscadeautje ophalen (NOG EEN WEEK!). Onze planning liep behoorlijk in het honderd, dus stond ik me boven nog aan te kleden, toen hij vertrok. Ach, die twee minuten dat ze alleen zijn kan er toch niks gebeuren, dacht ik. Ja, heel slim van me.

Eenmaal beneden kon ik A1 en A2 nergens vinden. Niet in de woonkamer, niet in de tuin, niet in de speelkamer, niet op het toilet. Ook boven niet, toen ik met bonkend hart boven hard hun namen liep te roepen. Ik belde mijn man of ze toevallig toch met hem mee waren gegaan. Nee dus. Paniek. Het zweet gutste over mijn lijf, ik stond te trillen op mijn benen. Had dochter A1 niet laatst laten zien dat ze de voordeur zelf open kon maken? Dat ze door op het schoenenrekje te staan ook de dievenklauw eraf kon halen? Waren ze weggelopen?

Sleutel

Wederom stond ik te gillen en te huilen tegelijk. Ik rende de straat op, de tuin weer in en plotseling hoorde ik gegiechel. En ja hoor, daar zaten ze. In de schuur. Stiekem een ijsje te eten. Nog natrillend vroeg ik A1 of ze me niet had horen roepen. Ja hoor, dat had ze best gehoord, maar ze had tegen haar jongste zus gezegd dat ze zich moesten verstoppen omdat ik anders het ijsje af zou pakken. Het duurde best een tijdje voordat ik erom kon lachen. En de voordeur? Die gaat voortaan met de sleutel op slot en die sleutel slik ik gewoon in.